zondag 19 augustus 2012

Volharden, volhouden, niet opgeven, doorzetten!

uw volharding en geloof in al uw vervolgingen en in de verdrukkingen die u verdraagt: 2 Thess. 1:4b . Volharden, volhouden, niet opgeven, doorzetten! Deze jonge gemeente werd al gauw na hun bekering aangevallen door dwaalleraars en sekteleiders. Het getuigenis dat Paulus in zijn eerste Brief van hen kon geven, was zo geweldig, dat de satan hen als het ware niet met rust kon laten. Te midden van diens aanvallen richt Paulus hun blik op de toekomst en op het rechtvaardig oordeel van God. Als ze nú trouw zijn, zullen ze straks een bevoorrechte plaats hebben bij de verschijning van de Heere Jezus! Maar bovenal: wat zal het zijn voor de Meester Zelf! Zijn glorie is onze glorie, als we nog even volhouden. ‘ wanneer Hij zal gekomen zijn om op die dag verheerlijkt te worden’ (vers 10). Vanaf de schepping wordt de heerlijkheid van Christu verkondigd. Engelen hebben dag noch nacht rust en verheerlijken Hem. Ook God heeft Hem heerlijkheid en eer gegeven toen Hij het verlossingswerk volbracht had. Er komt echter een dag waarop Hij opnieuw verheerlijkt zal worden. Ja, met verbazing zullen de mensen in deze wereld naar Hem opzien, zo heerlijk zal die aanblik zijn van onze Verlosser en Heere. Om Hem te verheerlijken hoeven we echter niet te wachten op dat moment. Ook nu al mogen wij Hem prijzen en grootmaken. Hij is het waard. 2 Thessalonicenzen 1:1-12

dinsdag 7 augustus 2012

Vrede en het goede.

Leef in vrede met elkaar. 1 Thessalonika hfdst.5 vers 13b. . In dit hoofdstuk lezen we ook over mensen die zeggen: ‘Er is vrede en veiligheid, ’ – maar zij zullen ten prooi vallen aan een plotseling verderf. Maar ware christenen hebben vrede met God, kennen de vrede van God in de dagelijkse omstandigheden en beproevingen en mogen bovendien de God van de vrede met zich hebben. Maar dan komt er een bijzondere test: hoe kunnen wij in de praktijk deze vrede ervaren in de onderlinge betrekkingen met onze medechristenen? Hebt u daartoe al examen afgelegd – dit wil zeggen: geslaagd, of beter: met goed gevolg? Zo niet: het tekstgedeelte geeft u en mij het nodige huiswerk. ‘jaag altijd het goede na’ lezen we in vs 15. En dat in ons leven in een wereld waarin iedereen zijn eigen belangen najaagt. Die belangen-ambities gaan vaak ten koste van de ander en laten geen enkele inperking toe. Gods Woord geeft ons hier echter een ander levensprincipe. Ons doel mag zijn ‘het goede’ te zoeken, na te jagen, zoals ook onze Heere altijd het goede gezocht heeft. Dat goede is niet begrensd tot onszelf, maar richt zich ook op anderen, op de ander, op de medemens dus. Wat zou de wereld er anders uitzien als deze leefregel in ons aller vaandel stond en we altijd het goede zochten. Lees: 1 Thessalonicenzen 5:12-28

donderdag 2 augustus 2012

Vrede door aangeleerde liefde

u hebt zelf van God geleerd hoe u in liefde met elkaar moet omgaan. 1Thessalonika hfdst.4 vers 9b. Mensen hebben een bijna onwrikbaar vertrouwen in techniek en wetenschap. En het komt zover vs.3), dat de wereld meent ‘vrede en veiligheid’ gegarandeerd te hebben. Maar het zal blijken schijn te zijn. Als de wereld slaapt, komt de dag van de Heere met oordeel en geweld – onverhoeds. En wij, christenen, weten dat! Maar beleven we dat ook als een levende realiteit? Of zijn wij ook in ‘slaap’ gesukkeld, zodat ons bestaan zich alleen kenmerkt door bijv. onze car- rière, onze status, ons bezit, onze ontspanning? Wat zou er in ons leven moeten veranderen als we wisten dat onze Heere morgen kwam? ‘ Als de mensen zeggen dat er vrede en veiligheid is’ (vers 3). Wij mensen verlangen naar vrede. Jaar in jaar uit wordt de Nobelprijs voor de vrede uitgereikt en steeds weer zijn er nieuwe kandidaten. Dat toont ons echter ook, dat er ondanks dit verlangen naar rust en vrede steeds weer een drang is naar dat andere, die verstoring van vrede, naar macht, overheersing en geweld. Wij christenen hoeven onze vrede niet te verwachten van mensen, hoe nobel hun motieven ook mogen zijn. Ware vrede geeft slechts die Vredevorst van Wie getuigd wordt: ‘Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de vrede’ (Jes. 9:6). Lees: 1 Thessalonicenzen 5:1-11

maandag 23 juli 2012

Bij de Heere

Maar ik wil niet, broeders, dat u onwetend bent ten aanzien van hen die ontslapen zijn, opdat u niet bedroefd bent zoals ook de anderen, die geen hoop hebben. 1 Thessalonika hfdst.4 vers 13. In ons leven als christenen moeten we soms afscheid nemen van elkaar omdat de dood tussenbeide komt. Het doet pijn, als de plaats van iemand die ons zo lief was, leeg wordt. De Heere kent die pijn. Hij huilde met Maria en Martha mee, toen Lazarus, Zijn vriend, gestorven was. Hij was bewogen met die moeder te Naïn om haar zoon. En wie kan dan troosten als Hij? Hij richt ons oog dan op Hemzelf en zegt:‘Ik ben de Opstanding en het Leven.’ Hij zegt ons als in Matth.9: ‘Het meisje is niet gestorven, maar het slaapt.’ En we weten: het lichaam ‘slaapt’ in het graf tot Christus’ komst, maar de ziel geniet reeds nu de vreugde van het Hemels Paradijs. ‘Want de Heere Zelf zal neeerdalen’ (vers 16). Er zijn veel taken die God Zijn engelen laat uitvoeren. Zo lezen wij dat zij legers verslaan, mensen in bescherming nemen en ze in veiligheid brengen, maar ook belangrijke boodschappen overbrengen. Hier vinden we iets wat de Heere aan hen niet overlaat, zelfs niet aan Zijn aartsengelen. Hij verlangt zo naar dit ogenblik, het is zo hoogst belangrijk, dat Hijzelf zal komen en persoonlijk de Zijnen tegemoet gaan in de lucht, opdat zij voor altijd bij Hem zullen zijn. Verlangt u ook zeer naar dat moment? 1 Thessalonicenzen 4:13-18

zaterdag 14 juli 2012

God behagen

Verder, broeders, vragen wij u en roepen wij u er in de Heere Jezus toe op, dat u, zoals u van ons ontvangen hebt hoe u moet wandelen en God behagen, daarin nog meer overvloedig wordt. 1 Thessalonika hfdst.4 vers 1. Als onmogelijk lijkende opdracht staat hier te lezen:‘God behagen’ en verder ons zó gedragen dat God er vreugde in heeft. Hoe is het mogelijk, dat de heilige God er blij over kan zijn dat wij als christenen leven? Het kan! Anders stond dat niet te lezen in Gods Woord. Natuurlijk is dat nooit buiten Christus’ werk om: Zijn offer op het kruis en Zijn voorbede voor ons. Hoe moet dat dan? Zelf goed ons best doen? Stipt ‘onze’ geboden en verboden houden? Nee, dat is het niet. Maar: de Heere toegewijd zijn. Daarbij geldt de kernvraag: gaat het bij ons om Hem? Om Zijn eer? In de grote dingen van ons leven en in de details van elke dag? Zit Hij op de ‘troon’ van ons hart? Vraag maar steeds: ‘Heere, wat wilt U dat ik doen zal?’ ‘Dit wil God: uw heiliging’ (vers 3). De Heere God is heilig en Hij verwacht van Zijn kin- deren een heilig, Hem toegewijd leven. Alhoewel de gelovigen bevrijd zijn van het juk van de wet, heeft God ons toch voorschriften gegeven. Deze houden onder andere een zuiver huwelijksleven in. In onze dagen wordt het huwelijk voor steeds meer mensen een verouderd begrip. De van God gegeven normen vervagen en raken bij velen in onbruik. Ontrouw in het huwelijk komt steeds meer voor. Dat is zonde voor God. We zijn gewaarschuwd. Hij zal daar eenmaal rekenschap voor vragen en met zijn gerechtigheid oordelen. Bent u het hiermee niet eens, dan verwerpt u geen mensen, maar God. Een zeer ernstige zaak! 1 Thessalonicenzen 4:1-12

dinsdag 10 juli 2012

identiteit

En ú moge de Heere doen toenemen en overvloedig maken in de liefde tot elkaar en tot allen, zoals ook wij dat zijn tot u, 1 Thessalonika hfdst.3 vers 12. Paulus had met veel zorg het bericht over de pas bekeerde christenen afgewacht. Zouden ze staande zijn gebleven in de verdrukkingen? Zouden ze zich tegen hem, de ‘oorzaak’ van alles, en (wat erger is) tegen de Heere gekeerd hebben? Het wonder is gebeurd: hun geloofsvertrouwen en liefde waren eerder toegenomen! Juist die vervolgingen om Christus’ wil hebben hen nog dichter bij de Heere en bij elkaar gebracht. Herkennen we dat? Zijn ook wij niet apart- gezet met onze medechristenen door de ongelovige wereld om ons heen? Als gemeente, of als gezin in de straat? Als christenstudenten op school? En dan juist mogen we elkaar opzoeken, elkaar bemoedigen in het geloof en in de liefde. De komst van de Heere is een belangrijk onderwerp in deze brief. Hoe zal Hij ons aantreffen bij Zijn komst? Dat is de vraag in dit gedeelte. Bijzonder is dat je nooit tevreden moet zijn met een bestaande situatie. Terwijl geloof, hoop en liefde volop aanwezig waren in Thessalonica, wordt er toch aangedrongen op een voortgaande geestelijke groei. Met name van de lief- de. Zowel intern als extern. Liefde is met anderen bezig zijn, hen helpen, leiden en ondersteunen. Liefde is anderen dienen en niet jezelf zoeken. Waken, wachten en dienen zij onze identiteit in Christus! Lees 1 Thessalonicenzen 3:6-14

maandag 7 mei 2012

Hij is er altijd voor ons.

opdat niemand in verwarring gebracht zou worden in deze verdrukkingen. Want u weet zelf dat wij hiertoe bestemd zijn. 1 Thessalonika hfdst.3 vers 3. De gelovigen van Thessalonica ondervonden, net als paulus en vele andere gelovigen, verdrukking van de ongelovige en Joodse wereld om hen heen – maar eigenlijk van Satan zelf: de ‘overste van de wereld’. Steeds weer lezen we in deze brief dat Satan tegenwerkt. Toch staat hier in vers3 dat wij ‘daartoe bestemd’ zijn. Niet Satan, maar onze God Zelf heeft het leven van de gelovige in Zijn hand. Wat een enorme bemoediging geeft het dat te weten! God heeft een plan met ons, met u en mij! Ook wanneer het gaat om moeite of zorg: durf ‘ja’ te zeggen in vertrouwen op God. Hij laat die dingen toe. Niet om ons te pijnigen. Niet omdat Hij ons niet liefheeft. Maar om ons, en de wereld om ons heen, te tonen wie Hij is: een God, die, als wij roepen, Zijn vaderhand op ons leggen zal. Zorg voor andere gelovigen is goed. We horen bij elkaar en wanneer iemand in de Gemeente lijdt, dan lijden de anderen mee. Paulus zond Timotheüs en Silas naar de verdrukte Thessalonicenzen om hen te versterken en moed in te spreken. Dat konden ze doen omdat ze de kracht van de Heere kenden in de grootste moeilijkheden. Silas had onlangs nog in de gevangenis te Filippi gezongen en hij kon getuigen van de wonderlijke uitredding van God. Zo moeten wij ook anderen in hun verdrukking aanmoedigen niet te wankelen, maar te vertrouwen op onze Heiland, die ons nooit in de steek laat. Lees 1 Thessalonicenzen 3:1-5. Groetjes, <>< Pieter.