Posts tonen met het label ontvangen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ontvangen. Alle posts tonen

dinsdag 23 november 2010

geven, hebben, krijgen.

Want aan ieder die heeft, zal worden gegeven en hij zal overvloedig hebben; Mattheüs hfdst.25 vers 29.
Een van de belangrijke principes van het koninkrijk der hemelen is dat van de vermenigvuldiging. De zaaier gaat uit en het zaad vermeerdert zich tot honderdvoudige vrucht. De talenten worden gebruikt en brengen veelvoudige winst. Hoe werkt dat principe eigenlijk in ons leven? Zijn we in de afgelopen tijd dichter bij de Heer Jezus gekomen en is er vrucht gegroeid in ons leven? Sinds we tot geloof kwamen is er misschien al een hele tijd verstreken, is er dan ook geestelijke winst geboekt? Als dat niet het geval is, wijst de Heer hier een belangrijke wortel aan: geestelijke luiheid. Echte discipelen kennen hun rijkdommen en woekeren er ijverig mee. Ook dit: ‘Hebben’ is vandaag de dag veel belangrijker dan ‘zijn’. Mensen sloven zich dag en nacht uit om iets te ‘hebben’. In onze westerse wereld hebben we heel veel! Dit gedeelte gaat echter niet over materieel bezit. Het ‘hebben’ slaat hier op wat God ons in Zijn genade aangeboden heeft: eeuwig leven door het geloof in Zijn Zoon, Jezus Christus. Hij heeft ons dat bekendgemaakt door het evangelie. Als u die boodschap hebt gehoord, verwacht God dat u er ook iets mee gaat doen! Weten volstaat niet: grijp het eeuwige leven !(1 Tim. 6:12), voor het te laat is!
Lees Mattheüs 25:14-30.
Groetjes,
<>< Pieter.

zaterdag 18 september 2010

Eten op woeste plaatsen

Jezus echter zei tot hen: Zij hoeven niet weg te gaan; geeft u hun te eten. Mattheüs hfdst.14 vers 16.
Hoe kan men als mens een menigte van zo’n tienduizend mensen voeden met vijf broden en twee vissen? Een onmogelijke opdracht toch!? De discipelen leren hier echter om het kleine beetje dat ze hebben bij Jezus te brengen, die vervolgens in afhankelijkheid van de Vader, daarvan een overvloed aan voedsel maakt. Dat was zeker een wonder. Maar was het niet evenzeer een wonder dat de discipelen deze overvloed mochten uitdelen en zo de opdracht van de Meester uitvoerden? Nog steeds werkt Hij zó. In genade gebruikt Hij Zijn dienstknechten om menigten te voeden. Ongelovigen horen door hen de blijde boodschap over het Brood van het leven, en mogen ervan eten om eeuwig leven te ontvangen. En gelovigen ontvangen uit hun handen geestelijk voedsel.
Een woeste plaats, een menigte van vijfduizend mannen, behalve vrouwen en kinderen. Ze hoefden Hem niet te verlaten om hun honger te stillen. Hij is Dezelfde die Israël 40 jaar in de woestijn gevoed had. Hij zou dit ook hier tonen. Maar eerst krijgen de discipelen te horen: Geeft gìj hun te eten! Zij konden echter slechts beschikken over een heel klein beetje voedsel in de nood van zo’n menigte. Ze konden dan ook alleen uitdelen, wat de Heer Jezus hun ter beschikking stelde. Zo is het nu ook: alles wat nodig is, wordt ons door Hemzelf toevertrouwd.
Lees Mattheüs 14:13-21.
Groetjes,
<>< Pieter.