Posts tonen met het label Jezus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jezus. Alle posts tonen

zondag 30 oktober 2011

Vaststaan in genade

De God nu van alle genade, Die ons geroepen heeft tot Zijn eeuwige heerlijkheid in Christus Jezus, Hij Zelf moge u – na een korte tijd van lijden – toerusten, bevestigen, versterken en funderen. 1 Petrus hfdst5 vers 10.

Merkwaardige tussenzin 'na een korte tijd van lijden' als het over de God van alle genade gaat. Hoe kunnen die twee dingen bij elkaar horen? Ze worden in elk geval samen genoemd. Het doet denken aan een ongeval met een gehandicapte. Wat gebeurd was, had hem wel veel leed gebracht, maar uiteindelijk was het toch telkens weer duidelijk geworden dat dit op geen enkele wijze iets afdeed aan Gods grote liefde voor hem. Dat is een ernstige conclusie vanuit een zo'n pijnlijke situatie. Gods wegen begrijpen is geen zaak van nietige mensjes. Maar we mogen telkens weer vertrouwen op Gods vaderzorg voor ons. Daarvoor acht God geen mens te nietig! Want
‘dit is de ware genade van God waarin u staat’ (vers 12). Waarin staan wij we zo ‘vast’? Zullen wij vertrouwen op onze kerkgang? Zullen wij vertrouwen op de mate waarin wij voldoen aan Gods eisen, aan de Wet? Iedereen die even eerlijk nadenkt, zal meteen antwoorden: nee! Wij voldoen niet aan de eis van de Wet, zelfs al moeten we toegeven dat die Wet alleen vraagt wat God rechtvaardig mag vragen. Wij schieten tekort; wat wij nodig hebben is vergeving door Goddelijke genade. Wat een opluchting dat het waar is wat Petrus schrijft: daarin moet gij vaststaan. En waarin is dat? De ware genade van God, alleen genade.
Lees 1 Petrus 5:8-14
Groetjes,
<>< Pieter.

zaterdag 16 juli 2011

Het is zomer

om nu, in de tijd die ons nog overblijft in het vlees, niet meer naar de begeerten van mensen, maar naar de wil van God te leven. 1 Petrus hfdst 4 vers 2.
De Heilige Geest spoort ons aan doorheen dit woord om te leven naar de wil van Hem Die ons liefheeft. Er is nog weinig tijd en we hebben er al veel verspild. We moeten nu, net als de christenen aan wie Petrus schrijft, leren onze eigen wil los te laten en te leven voor de Heer. Hij mag dan niet zichtbaar naast ons staan, toch is Hij altijd aanwezig is om ons te helpen. Anders zijn dan ongelovigen is niet gemakkelijk in deze tijd. Ze begrijpen niets van het nieuwe leven dat wij ontvangen hebben! Omdat ze het niet begrijpen beginnen ze ons soms uit te lachen, maar laten we volhouden. Onze toekomst is zeker en ligt vast! Wat heeft Christus naar het vlees verschrikkelijk geleden. Hoe meer Hij Gods wil deed, hoe meer de mens Hem verwierp en kwelde. Maar Hij had het ervoor over: Hij was Vader gehoorzaam. Maar, zo zegt Petrus, bij ons is dat niet anders. God heeft er recht op dat wij, degenen voor wie de Zoon Zijn leven gaf, ook laten zien wat de gevolgen zijn: dat wij ons wapenen met de gedachte om niet meer naar het vlees te leven. Met Christus gestorven? Dan ook met Christus leven, in Zijn kracht, door Zijn Geest, naar Gods wil.
Lees 1 Petrus 4:1-6.
Groetjes,
<>< Pieter.

dinsdag 15 maart 2011

optimist, pessimist of realist?

maar met het kostbaar bloed van Christus, als van een smetteloos en onbevlekt Lam.
1 Petrus hfdst. 1 vers 19.
Petrus had de zekerheid dat hij vrijgekocht was door het bloed van de Heer Jezus van de macht van de zonde en van de macht van de satan. Daaraan twijfelde hij niet. Het was ook iets dat de Heer Zelf had gezegd. Hij zou Zijn bloed geven tot verlossing van allen die in Hem zouden geloven. U hoort daar toch ook bij? Bij die grote schare van mensen die kunnen zingen: ‘Ik ben bevrijd, door het bloed van het Lam’? Of behoort u tot die mensen die wel weten wat er in de Bijbel staat, maar die het heil zich niet persoonlijk durven toe eigenen? Dan komt deze oproep tot u om het onvoorwaardelijk aan te nemen. ‘De genade die u gebracht wordt in de openbaring van Jezus Christus’ lezen we in vers 13. Er zijn in deze wereld zowel optimisten als pessimisten. De optimisten zeggen: ‘Hoe groot de problemen ook zijn, als we maar goed ons best doen en tijd van leven hebben, zullen wij ze samen wel kunnen oplossen.’ De pessimisten zeggen: ‘Wat we ook doen, de problemen zullen zich blijven opstapelen; we zullen ze nooit de baas worden.’ Wanneer je op God vertrouwt, dan ben je geen optimist of pessimist meer, maar realist. Dan kun je erkennen dat de problemen in de wereld en in je eigen leven inderdaad te groot zijn. Toch geven we de moed niet op. Want eens zal de dag aanbreken dat Jezus Christus alles in orde zal maken.
Lees 1 Petrus 1:13-21.
Groetjes,
<>< Pieter.

maandag 10 januari 2011

Vader!

Hebt de wereld niet lief, noch wat in de wereld is. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem. 1 Johannes hfdst.2 vers 15.
‘wereld’ is in de bijbel heel vaak in negatieve zin gebruikt. Het duidt dan het systeem aan van immoraliteit en goddeloosheid. De wereld heeft heel wat te bieden, en als gelovigen zijn we niet immuun voor haar verleidingen. Wij kunnen deze wereld, dit immorele goddeloze systeem, echter niet liefhebben, want zij heeft onze Heer en Heiland aan het kruis genageld! Bovendien is alles wat de wereld te bieden heeft slechts tijdelijk, terwijl God ons nu al kan doen genieten van de eeuwige, hemelse zegeningen! Ook lezen we ‘Gij kent de Vader’ in vers 14. Is dat niet geweldig, dat we de Vader mogen kennen? Niet zo maar een vader, maar de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, zoals Paulus aan de Efeziërs schrijft. Hij is door het werk van de Heer Jezus op het kruis van Golgotha onze Vader geworden. Dat is, als we een kind van God zijn. Kan dat, ik mens een kind van God? Vast en zeker, wie de Heer Jezus heeft aangenomen als zijn Heiland en Verlosser, mag zich een kind van God noemen. Dat houdt dus tevens in, dat God zijn Vader is geworden en dat hij Hem zo mag kennen en aanspreken. Doe dat maar!
Lees 1 Johannes 2:12-17.
Groetjes,
<>< Pieter.

vrijdag 7 januari 2011

Zeggen en doen.

Maar wie zijn woord bewaart, in hem is waarlijk de liefde van God volmaakt. Hieraan onderkennen wij dat wij in Hem zijn. 1 Johannes hfdst.2 vers 5.
Als we in gemeenschap met God leven, zullen we Gods geboden bewaren. Vers vijf vat die geboden samen onder de noemer ‘Zijn Woord’. Vers zeven gaat nog een stap verder en brengt alles terug tot één enkel gebod: liefde. Vroeger konden we niet liefhebben zoals God liefheeft. Wij waren ‘hatelijk en elkander hatende’ (Titus 3:3). Maar toen we tot geloof in de Heer Jezus gekomen zijn, heeft God Zijn liefde in onze harten uitgestort. Goddelijke Liefde is het bewijs dat Gods Geest in ons woont. Aan die liefde zullen de mensen erkennen dat wij God werkelijk kennen. ‘Hieraan onderkennen wij dat wij Hem kennen: als wij Zijn geboden bewaren’ (vers 3). De apostel maakt nog eens duidelijk dat er geen verschil mag zijn tussen wat wij zeggen en wat wij doen. Het is onbestaanbaar dat iemand zegt een christen te zijn, terwijl hij daar niets van laat merken in zijn doen en laten. Het is voor jezelf heel eenvoudig te controleren: je zegt een christen te zijn, je behoort zo te wandelen als de Heer Jezus gewandeld heeft. Natuurlijk weet Johannes ook wel dat de praktijk van een echte christen er helaas wel eens anders uitziet. Maar over zo’n uitzonderingstoestand heeft hij het hier niet. Ook wij zouden het als abnormaal moeten beschouwen als er permanent ruimte zit tussen zeggen en doen, en, ons daar vooral niet bij neerleggen. Laten we heel bewust Zijn liefdesgebod aanhouden!
Lees 1 Johannes 2:3-11.
Groetjes,
<>< Pieter.

maandag 3 januari 2011

Het beste jaar ooit toegewenst!

Een jaar in de liefde van Jezus,
Een jaar in de wil van de Vader,
Een jaar in de kracht van de Geest.

Gezondheid, hoop, geloof en liefde voor allen.


gelukkig nieuwjaar!


De Kandelaar.

woensdag 22 december 2010

Ook voor rovers...

Hij vertrouwt op God - laat Hij Hem nu redden als Hij behagen in Hem heeft! Want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon. Mattheüs hfdst.27 vers 43.
Toen de Heer Jezus aan het kruis hing, hebben de mensen Hem met hun hoon en spot op bijzonder kwetsende manier laten voelen hoe zij Hem verachtten. Onze gezegende Heer moest het aanhoren dat Hij gelasterd werd om wat Hij waarachtig was: de Zoon van God, de Koning van Israël en de Mens die Zijn vertrouwen volkomen op God gesteld had. Nooit was er Iemand als Hij, die de moeilijkste, de zwaarste weg ging in het volle vertrouwen dat Gods weg altijd volmaakt is. Totdat alles volbracht was, was er voor Hem geen verlossing, opdat ons een eeuwige verlossing zou worden aangebracht. ‘Toen werden met Hem twee rovers gekruisigd, één aan zijn rechterzijde en één aan zijn linkerzijde.’ Het moest gebeuren. Jesaja had het voorzegd: Hij zou onder de overtreders worden geteld. Ook David had het harteleed van de Messias aangevoeld en van Hem geschreven: ‘Wat ik niet geroofd heb, moet ik toch teruggeven.’ Hij had niets geroofd, maar aan alle mensen, vriend maar ook vijand, goed gedaan en bovenal aan God alles gegeven wat Hem toekomt aan geld, tijd, inzet, eer en verheerlijking. Hij werd met rovers gekruisigd. Wat moet het Hem pijn gedaan hebben zo’n onrecht te ervaren. Maar ook, hoe wonderlijk: Hij stierf daar om ook aan rovers Gods genade te kunnen aanbieden.
Mattheüs 27:33-44
door : anoniem
Groetjes,
<>< Pieter

woensdag 8 december 2010

Geen verdediging.

Jezus stond voor de stadhouder en de stadhouder vroeg Hem: U bent de Koning van de Joden? Jezus zei tegen hem: U zegt het. Mattheüs hfdst.27 vers 11.
De Joden waren onderworpen aan de Romeinse heerschappij, hun vonnis moest bekrachtigd worden door de stadhouder Pilatus. Het bleef een merkwaardig proces. Jezus bevestigde dát Hij de Koning der Joden is, maar verder antwoordde Hij op geen enkele vraag van Pilatus en op geen enkele beschuldiging van de overpriesters en de oudsten. Hun aanklachten overschreeuwden de stem van hun geweten. Jezus bleef zwijgen. De verworpen Koning deed Zijn mond niet open, zoals ‘een lam dat ter slachting geleid wordt’ (Jes. 53:7). Hij ging vrijwillig in de dood, om u en mij van de eeuwige dood te redden. De Joden mochten geen doodvonnis voltrekken. Daarom werd de Heer Jezus voor Pilatus, de Romeinse stadhouder, gebracht. Naar de beschrijving van dit Evangelie is het verhoor maar heel kort. Jezus bevestigt de vraag van Pilatus over Zijn koningschap en zwijgt daarna. We denken aan de woorden van Jesaja: ‘Hij werd mishandeld, maar Hij liet Zich verdrukken en deed Zijn mond niet open; als een lam dat ter slachting geleid wordt, en als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed Hij Zijn mond niet open.’ Christus heeft voor u geleden en u een voorbeeld nagelaten, opdat u in Zijn voetstappen zou treden.
Lees Mattheüs 27:11-18.
Groetjes,
<>< Pieter.

maandag 6 december 2010

Bezweken.

En terstond kraaide de haan. En Petrus herinnerde zich het woord van Jezus, die gezegd had: Voordat de haan kraait, zul je Mij driemaal verloochenen. En hij ging naar buiten en weende bitter. Mattheüs hfdst.26 vers 75.
Het kritieke moment van die avond was aangebroken voor Petrus, een van Jezus’ trouwste volgelingen. Zijn Meester was ter dood veroordeeld. Men had Hem in het gezicht geslagen, bespuwd, bespot. Wou Petrus of kon hij het nog langer aan bij Jezus te horen? Het bleek nu immers een verloren zaak! Petrus, die niet zolang geleden had gezegd dat hij Christus niet zou verloochenen – zelfs al moest hij met Hem sterven – bezweek voor de verzoeking. Hij verloochende zijn Meester, en dat tot driemaal toe. Toen leek alles voor hem ook verloren: hij ging naar buiten en weende bitter. Dit berouw echter liet zijn latere herstel toe als discipel en getuige van de opgestane Heer. Hoe kon Petrus zo diep vallen? Kijken we daartoe eens in het hart van elke mens:
Hoogmoed: bij Petrus: al zouden allen aanstoot aan U nemen, ik nooit.
Zelfoverschatting: bij Petrus: zelfs al moest ik met U sterven, ik zal U voorzeker niet verloochenen.
Geestelijke lauwheid: bij Petrus: niet gewaakt en gebeden om niet in verzoeking te komen.
Drie punten van uiterste waakzaamheid over onszelf dus!
Zijn er nog lichtpuntjes in dit droevige verhaal? Ja, de woorden van de Heer Jezus: ‘Simon, Simon, zie, de satan heeft verlangd ulieden te ziften als de tarwe, maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet zou bezwijken’ (Luk. 22:31). Dit is onze troost: we hebben een biddende Heiland, die ons nooit loslaat.
Lees Mattheüs 26:69-75.
Groetjes,
<>< Pieter.

vrijdag 3 december 2010

Een bijzondere arrestatie.

Hoe zouden dan de Schriften vervuld worden dat het zo moet gebeuren? Mattheüs hfdst.26 vers 54
De gevangenneming van Christus is een aangrijpend onderdeel van de gebeurtenissen die leidden tot Zijn veroordeling en kruisiging. Toch was het beslist niet zo dat Hij al deze voor Hem zo uiterst pijnlijke gebeurtenissen nu maar passief onderging. Nee, Christus ging welbewust de weg van het lijden. Zonder te wankelen richtte Hij Zijn schreden naar Golgotha, om daar de wil van de Vader te volbrengen en voor schuldige zondaars te lijden en te sterven. De Schriften getuigden van de lijdende Knecht des Heeren, en nu was het moment van hun vervulling aangebroken. Het is een bijzondere arrestatie. Dat kan ook niet anders, want het betreft hier de Messias, de Zoon van God. Als we het nog eens rustig nalezen, wordt wel duidelijk waar de macht ligt. Niet bij de Joden, niet bij de Romeinen – die vallen allemaal op de grond, lezen we bij Johannes. De macht ligt bij de Heer Zelf. Hij laat Zich gevangennemen, geneest ondertussen nog een oor, vermaant Petrus en de hele menigte. Alles wat gebeurt, is vervulling van de profetieën. Zelfs de vlucht van de discipelen is voorzegd. De Heer vraagt dan ook niet om hulp van engelen. Hij wil Gods weg gaan. Daarvoor moet Hij alléén zijn.
Lees Mattheüs 26:47-56.
Groetjes,
<>< Pieter.

donderdag 2 december 2010

lessen om te leren

En de discipelen deden zoals Jezus hun had opgedragen en bereidden het pascha. Mattheüs hfdst.26 vers 19.
Wij, de discipelen van de Meester, leerlingen, navolgers van de Heer Jezus, luisteren graag naar elke aansporing om Hem in alle details van ons leven de eerste plaats te geven, zoals de discipelen toen deden. We vinden hier nog een ander voorbeeld: er was in de stad zelfs een onbekende discipel die zijn huis voor de Meester gereed en beschikbaar had, in een tijd dat hij zijn opperzaal voor veel geld zou kunnen verhuren. Wat een verschil met die andere 'discipel' Judas! Eén van u zal Mij verraden, zegt de Heer plotseling tijdens de maaltijd. Daar schrikken de discipelen van. Ze worden ook verdrietig. Zou ik het zijn? vragen ze zich af. Eén voor één komen ze met die vraag bij de Meester. Ze lijken zichzelf te kennen. Ze kennen hun eigen zwakheid. En daar worden ze klein van. Een half uur later, als Judas weg is, reageren ze heel anders. ‘Zelfs al moet ik met U sterven, ik verlaat U nooit!’ roepen ze in koor. Welke reactie de Heer het meest waardeert, weten we niet. Maar in beide zit een les: enthousiast en vurig zijn voor de Heer, maar wel in het besef van eigen zwakheid.
Lees Mattheüs 26:17-25.
Groetjes,
<>< Pieter.

vrijdag 19 november 2010

En wat om middernacht?

Maar te middernacht klonk een geroep: Zie, de bruidegom! Gaat uit, hem tegemoet! Mattheüs hfdst.25 vers 6.
Deze middernacht komt alsmaar dichter en het keerpunt in deze welbekende gelijkenis van de tien maagden is een geroep in het duister. Er wordt heel wat geroepen (of zelfs geschreeuwd) in deze wereld, meestal om de aandacht op zichzelf te vestigen. Degene die hier roept, blijft echter anoniem. Hij vestigt slechts de aandacht op degene die eraan komt, de bruidegom. Zou er niet een keerpunt kunnen komen in het leven van veel mensen als wij een duidelijk geluid gaven over onze Bruidegom? En dan, precies zoals hier, niet alleen over Zijn komst, maar over Zijn Persoon, over Hemzelf, De Bruidegom! Jezus die mijn ziel bemint! Dat hoort het getuigenis van een christen te zijn: zélf op de achtergrond blijven en Hém op de voorgrond plaatsen. Het christendom is goed begonnen: mensen bekeerden zich van de afgoden om de levende en waarachtige God te dienen en uit de hemelen Zijn Zoon te verwachten! (1 Thess. 1:9,10). Helaas ebde die verwachting al spoedig weg. Er bleef van het dienen van God vaak weinig over. Dikwijls was er zelfs geen sprake meer van echte bekering. Een oppervlakkig christendom was wat overbleef. Vandaag is die toestand niet beter. Toch wil de Geest van God u en mij wakker schudden om weer te gaan leven in de verwachting
van de wederkomst van Jezus Christus!
Lees Mattheüs 25:1-13.
Groetjes,
<>< Pieter

dinsdag 16 november 2010

Bidden.

Bidt onophoudelijk. 1Thessalonikers hfdst.5 vers 17.
Eenvoudig duidelijk en toch soms zo moeilijk. Is er een dag in een christen leven waarin we Hem niet nodig hebben? Misschien niet dat u moet bidden dat uw vlucht voor uw vervolgers niet in de winter of op de sabbat valt. Er zijn heel wat grotere en kleinere verdrukkingen in het leven van Gods kinderen. En altijd zal de Heer dan een gebed in het hart van de Zijnen leggen – met de uitdrukkelijke bedoeling om door de verhoring daarvan Zijn nabijheid en Zijn liefde aan ons te laten merken. Dan stijgt de lofprijs op in een hart dat beroerd is door Hem Zelf. De gelovigen in de zwaarste verdrukking die straks aan Christus’ komst voorafgaat, zullen dat ervaren; en voor ons is Hij Dezelfde! ‘Zie, Ik heb het u voorzegd.’ Deze woorden van de Heer Jezus hebben in dit gedeelte van Mattheüs 24 vooral betrekking op de vervolgingen die het volk Israël, en met name de gelovige getrouwen onder dit volk, zullen meemaken. We mogen dit woord van de Heer zelf echter toepassen op alles wat Hij heeft gezegd en voorzegd. De Heer heeft ons in Zijn Woord zoveel beloften gegeven, dat je er stil van wordt als je ze leest. Soms vraag je je af: kan dat allemaal? Vergeving van zonden ontvangen, behouden worden van het oordeel, eeuwig leven ontvangen, een Heer hebben die altijd voor je zorgt; eens met Hem regeren? Ja, dat alles kan! Want Hij heeft het gezegd.
Lees Mattheüs 24:15-28.
Groetjes,
<>< Pieter

zondag 14 november 2010

Waarachtig zijn

Wee u echter, schriftgeleerden en farizeeen, huichelaars, want u sluit het koninkrijk der hemelen voor de mensen; want uzelf gaat niet naar binnen, en hun die willen binnengaan, laat u niet toe binnen te komen. Mattheüs hfdst.23 vers 13.
Het zal je maar gezegd worden, anderen verhinderen om het koninkrijk der hemelen buinnen te gaan! Kunnen wij iets met zo'n uitspraak aanvangen? Ik denk het wel. We dienen ons af te vragen, of wij anderen niet op één of andere manier in de weg staan om ‘binnen te kunnen gaan’. In de weg staan om zich te bekeren, door ons gedrag misschien? In de weg staan om God de eer te geven door onze houding en onze woordenschat? Dat dit van u en mij nooit gezegd mag worden! Geen echte bemoediging denkt u wellicht. Dat is ook te begrijpen. Maar in dit hoofdstuk komt het ‘Wee u’ wel achtmaal voor en het woord huichelaars zevenmaal. Dat is wel iets om over na te denken. Nu moeten wij ook niet denken: Tja, wij zijn toch geen Farizeeën. Want is dat wel zo? De Heer Jezus noemt hen huichelaars, omdat ze wel vroom praten, maar het niet zijn. Dit grote gevaar kunnen ook christenen lopen. Wel vroom praten, maar je gedragen als een ongelovige. Dan kunnen ook de mensen ons terecht een huichelaar noemen. Daarmee schaden wij het getuigenis van onze Heer. Laten we leven naar wat we belijden.
Lees Mattheüs 23:13-22.
Groetjes,
<>< Pieter.

maandag 8 november 2010

Licht en lichten.

Want de God die gezegd heeft: ’Uit duisternis zal licht schijnen’, Die heeft geschenen in onze harten tot de lichtglans van de kennis van de heerlijkheid van God in het aangezicht van Jezus Christus. 2 Korinthiërs hfdst. 4 vers 6.
Merkwaardig! Onze bekering vergeleken met de schepping. Zoals de aarde vroeger woest en ledig was en gehuld was in een diepe duisternis, zo waren ook wij dat. Maar toen greep God in. Met een enkel gebod ‘Er zij licht’, brak het licht in de schepping door. Zo, lezen we hier, traden ook de lichtstralen van het evangelie onze harten binnen, om daar tot een nimmer dovende lichtbron te worden. En zoals wij vroeger duisternis waren en nu ‘lichten’ geworden zijn, zo mogen wij lichtbronnen zijn die de heerlijkheid van God ook zelf in deze wereld uitstralen. Zo’n lamp zet je toch niet in de kast, maar op de kast! Paulus had zijn taak als apostel niet zelf uitgezocht. Als dat zo was, had hij zichzelf de nodige verwijten kunnen maken, want velen stonden erg wantrouwig tegenover hem en trokken zijn apostelschap zelfs openlijk in twijfel. De reden dat Paulus de moed niet verloor, was dat hij wist hoeveel barmhartigheid God hem bewezen had door hem apostel te maken. Hij zag dan ook als geen ander de noodzaak om niet zichzelf te prediken, maar Christus Jezus als Heer en zichzelf als dienaar om Jezus’ wil. Uiteindelijk ging het Paulus alleen om Jezus. Paulus’ evangelie was het evangelie van de heerlijkheid van Christus. Wat kunnen wij veel leren van deze onvermoeibare prediker, die zichzelf wegcijferde in de dienst van Hem die hem had aangesteld.
Lees 2 Korinthiërs 4:1-6.
Groetjes,
<>< Pieter.

vrijdag 5 november 2010

De Meester en de volgelingen

want een is uw Meester, en u bent allen broeders. Mattheüs hfdst.23 vers 8.
Een duidelijk woord van de Heer Jezus, ook weer naar ons toe: ‘Eén is uw Meester.’ Dat zou vandaag over onze hoofden heen kunnen klinken. Beamen we Hem als onze ene meester? Natuurlijk, en van harte. Maar dat heeft uiteraard zijn gevolgen. Hij heeft het dan echt voor het zeggen in ons leven! Dan is Hij onze Meester! Alleen Zijn voorbeeld telt, alleen Zijn Woord is het ware. En erkennen we elkaar ook als broeders. Ook die broe(de)r, of zus(ter) die u onjuist behandeld heeft? ‘Vergeeft elkander gelijk ook de Heee u vergeven heeft…’ Deze woorden spreekt de Heer Jezus niet uit om werknemers op te zetten tegen hun werkgever. Integendeel, de Bijbel spreekt op meerdere plaatsen duidelijk uit dat knechten hun meesters dienen te gehoorzamen. De Heer Jezus spreekt hier over bepaalde mensen die zichzelf graag ‘Rabbi’ – meester – laten noemen. Dat is fout. We moeten geen meesters willen zijn, maar dienstknechten van dé Meester en zo ook elkaar dienen. Als de Heer Jezus in Bethanië komt, zegt Martha tegen Maria: ‘De Meester is daar en Hij roept je.’ Maria staat dan direct op. Zó moet onze houding zijn: Hij is onze Meester en wij zijn gehoorzame volgelingen.
Lees Mattheüs 23:1-12.
Groetjes,
<>< Pieter.

woensdag 3 november 2010

het juiste onderzoek

Jezus nu antwoordde en zei tot hen: U dwaalt, daar u de Schriften niet kent, noch de kracht van God. Mattheüs hfdst.22 vers 29.
De Heer Jezus is ook hier 'to the point' in zijn antwoord op dit soort vragen van zijn tegenstanders en van de ‘gezonde leer’. Hij gaat niet in discussie. Hij toont ze wat hun échte probleem is, nl.: ‘U kent de Schriften niet.’ Hij antwoordt hun met een ‘Er staat geschreven…’ Zo moeten wij hen ook tegemoet treden. Maar kennen wij de Schriften? Zeggen wij niet vaak (zonder blikken of blozen): ‘Ik ben niet zo goed thuis in de Bijbel…’ Is dat eigenlijk niet een schande! Trouw het Woord van God lezen, onderzoeken, ernaar luisteren en ernaar handelen, dat is de normale omgang met de Schriften voor een christen. In dit gedeelte wordt de Heer Jezus opnieuw een strikvraag gesteld, ditmaal over de opstanding. Mattheüs vertelt er meteen bij dat de vraagstellers zelf helemaal niet in een opstanding geloven. Jezus gaat dan ook niet met hen redetwisten, maar verwijst hen naar ‘hun eigen’ Schriften, die ze in dit opzicht, uit ongeloof, bewust negeerden. God bleef Zichzelf in de Schriften namelijk de God van Abraham, de God van Izaak en de God van Jakob noemen, ook nadat deze mannen al lang gestorven waren. Hij bleef hun God, want Hij, de levende God, is niet een God van doden, maar van levenden. Daarom is Hij ook in staat mensen uit de graven te laten opstaan. Alle reden om daarover versteld te staan!
Mattheüs 22:23-33

donderdag 28 oktober 2010

JOHANNES 3:16 Een tekst die veel groots laat zien:

JOHANNES 3:16

Alzo - de grootste mate
lief - de grootste toewijding
heeft God - de grootste Persoon
de wereld gehad - de grootste uitgebreidheid
dat Hij - de grootste Gever
Zijn eniggeboren - de grootste exclusiviteit
Zoon - het grootste geschenk
gegeven heeft - de grootste daad
opdat een ieder - de grootste reikwijdte
die in Hem - de grootste Helper
gelooft - de grootste eenvoud
niet verloren ga - de grootste bewaring
maar - de grootste tegenstelling
eeuwig - de grootste tijdsduur
leven - het grootste bezit
hebbe - de grootste zekerheid

Sidney Wilson

dinsdag 26 oktober 2010

De uitnodiging

Opnieuw zond hij andere slaven uit en zei: Zegt aan de genodigden: Zie, mijn middagmaal heb ik gereedgemaakt, mijn ossen en mijn gemeste beesten zijn geslacht en alles is gereed; komt tot de bruiloft. Mattheüs hfdst.22 vers 4.
Jezus Christus heeft Zijn werk volbracht. Iedere zondaar (ieder mens) kan nu rust vinden aan de voet van het kruis. We verkondigen nog steeds dezelfde uitnodiging, Gods knechten mogen uitgaan met dit genadeaanbod. Nadat de officieel genodigden het aanbod afgeslagen hebben, werd het aan allen aan de kruispunten van de wegen gericht. Van alle kanten komen de gasten naar de bruiloft. Maar helaas is er ook één zonder bruiloftskleren. Er zijn naam-christenen (die zichzelf christen noemen) die Christus niet ‘aangedaan’ hebben. Zij die van harte in Christus’ volbrachte werk geloven en niet alleen een toehoorder te zijn, zijn bekleed met de klederen van de Redding. In deze gelijkenis is ook sprake van mensen die uitgenodigd waren tot de bruiloft, maar die niet wilden komen. Het hier wel in de eerste plaats om de kansen die God in het verleden aan het volk Israël gaf. Toch kunnen we ook een toepassing maken op onze tijd. Nog elke dag wordt het evangelie gepredikt en klinkt dezelfde uitnodiging: Komt tot de bruiloft. En de redenen die de mensen aanvoeren om niet te komen, zijn nog steeds dezelfde: geen interesse, geen tijd, te druk. Maar het feest moet doorgaan. De bruiloftszaal moet vol worden. Wie niet komt, zal geoordeeld worden. Wie wél komt en de kledij der gerechtigheid aanvaardt zal de bruiloft meemaken, en delen in de vreugde van de Koning en van Zijn Zoon.
Lees Mattheüs 22:1-14.
Groetjes,
<>< Pieter.

maandag 25 oktober 2010

Achteloos verworpen.

Jezus zei tot hen: Hebt u nooit gelezen in de Schriften: ’De steen die de bouwlieden hebben verworpen, die is geworden tot een hoeksteen; van de Heer is dit gebeurd en het is wonderlijk in onze ogen’? Mattheüs hfdst.21 vers 42.
Deze gelijkenis waarin de Heer tot de overpriesters en oudsten spreekt, klinkt hun meer dan bekend. Israël is immers die wijngaard. God had al zo vaak tot hun harten gesproken door de profeten, maar de vrucht was uitgebleven. God zond tenslotte Zijn Zoon en die was nu zelf onder hen. Maar ook Hij zou gedood worden. Israël zou Hem achteloos verwerpen. Hoe triest is dit resultaat van al Gods zorg! In de toekomst zal Hij echter, die nu voor de huisgenoten van God de Hoeksteen is, ook voor de overgebleven gelovigen in Israël de Hoeksteen zijn. De priesters en de Farizeeën begrepen maar al te goed dat de Heer Jezus de gelijkenis van de onrechtvaardige pachters met het oog op hen had uitgesproken. In het boek Jesaja, in hoofdstuk 5, komt de wijngaard immers al voor als een beeld van het volk Israël, waarvan de Heer tevergeefs vrucht verwachtte. Hoeveel profeten waren inmiddels het volk en zijn leiders komen waarschuwen? Zonder resultaat, helaas! Ten slotte zond God Zijn Zoon, van Wie Hij terecht mocht verwachten dat zij Hem zouden ontzien. De Heer Jezus laat hier zien dat Hij er feilloos van op de hoogte was dat men Hem zou doden. Hij zou die door de bouwlieden afgekeurde steen zijn, die door God tot een hoeksteen zou gemaakt worden.
Lees Mattheüs 21:33-46.
Groetjes,
<>< Pieter.