Posts tonen met het label Jezus Christus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jezus Christus. Alle posts tonen

vrijdag 25 maart 2011

De eeuwige Bron.

Nu u dan uw zielen gereinigd hebt in de gehoorzaamheid aan de waarheid, door de Geest, tot ongeveinsde broederliefde, heb elkaar dan vurig lief uit een rein hart,
1 Petr. 1:22
Een hele opdracht die de Heer Jezus al aan Zijn discipelen heeft gegeven en die zij als apostelen weer op hun beurt hebben doorgegeven: dat christenen elkaar als broeders en zusters moeten liefhebben. Aan de ene kant is dat een vanzelfsprekendheid. Wij zijn allemaal kinderen van God, leden van één familie, dus houden we van elkaar. Aan de andere kant is er de praktijk van elke dag. Hoe vaak worden we in elkaar teleurgesteld!. Hoe vaak worden we onheus behandeld. Juist daarom de opdracht van de Heer Jezus: ‘Heb elkaar vurig lief’ – ook al is het moeilijk. ‘Maar het Woord van de Heere blijft tot in eeuwigheid’ (vers 25). De Bijbel is het Woord van God. Dit stelt ons steeds weer voor een keuze. Wanneer we dit Woord van God gelovig gehoorzamen, wordt onze ziel gereinigd. Dan worden we wedergeboren. Dat wil zeggen: we krijgen een nieuw leven. Dat nieuwe leven stamt niet af van sterfelijke ouders, zoals ons aardse leven. Het heeft ook een heel ander karakter dan het aardse leven. Als wedergeboren mensen hoeven wij niet meer net te doen alsof. Wij kunnen elkaar ongeveinsd, echt liefhebben. Het aardse leven gaat voorbij. Maar de bron van ons nieuwe leven is het Woord van God. En zoals die bron eeuwig blijft, zo blijft ook ons nieuwe leven eeuwig.
Lees 1 Petrus 1:22-25.
Groetjes,
<>< Pieter.

dinsdag 15 maart 2011

optimist, pessimist of realist?

maar met het kostbaar bloed van Christus, als van een smetteloos en onbevlekt Lam.
1 Petrus hfdst. 1 vers 19.
Petrus had de zekerheid dat hij vrijgekocht was door het bloed van de Heer Jezus van de macht van de zonde en van de macht van de satan. Daaraan twijfelde hij niet. Het was ook iets dat de Heer Zelf had gezegd. Hij zou Zijn bloed geven tot verlossing van allen die in Hem zouden geloven. U hoort daar toch ook bij? Bij die grote schare van mensen die kunnen zingen: ‘Ik ben bevrijd, door het bloed van het Lam’? Of behoort u tot die mensen die wel weten wat er in de Bijbel staat, maar die het heil zich niet persoonlijk durven toe eigenen? Dan komt deze oproep tot u om het onvoorwaardelijk aan te nemen. ‘De genade die u gebracht wordt in de openbaring van Jezus Christus’ lezen we in vers 13. Er zijn in deze wereld zowel optimisten als pessimisten. De optimisten zeggen: ‘Hoe groot de problemen ook zijn, als we maar goed ons best doen en tijd van leven hebben, zullen wij ze samen wel kunnen oplossen.’ De pessimisten zeggen: ‘Wat we ook doen, de problemen zullen zich blijven opstapelen; we zullen ze nooit de baas worden.’ Wanneer je op God vertrouwt, dan ben je geen optimist of pessimist meer, maar realist. Dan kun je erkennen dat de problemen in de wereld en in je eigen leven inderdaad te groot zijn. Toch geven we de moed niet op. Want eens zal de dag aanbreken dat Jezus Christus alles in orde zal maken.
Lees 1 Petrus 1:13-21.
Groetjes,
<>< Pieter.

donderdag 24 februari 2011

Afgoden?

Lieve kinderen, wees op uw hoede voor de afgoden. Amen. 1 Johannes hfdst.5 vers 21.
Het doel van de eerste Brief van Johannes is de God die Liefde is kenbaar maken en om hen die in de Naam van de Zoon van God geloven, te verzekeren dat ze eeuwig leven hebben. Dit eeuwige leven wil God aan iedereen in Zijn genade schenken. Het mooie hieraan is dat wij het niet kunnen verdienen, maar we mogen in kinderlijk vertrouwen aannemen dat Jezus Christus onze zonden op het kruis droeg. Als wij dit geloven, is het eeuwige leven nu al ons bezit. Dank God voor dit grote genadegeschenk! Wees er blij mee. En aanvaard de gevolgen van uw geloof: breek met zonde in uw leven en houd u ver van alles wat Gods plaats, de hoogste plaats, in uw hart zou kunnen innemen. Dat zijn immers afgoden! ‘En Hij is een verzoening voor onze zonden’ (1 Joh. 2:2). Er bestaat zonde tot de dood. Het is niet erg populair om in deze tijd nog te spreken over ‘zonde’. Hoewel de dood nog steeds een zeer actueel gegeven is, spreken we er liever zo min mogelijk over. De eerlijkheid gebiedt ons echter u te waarschuwen voor het oorzakelijk verband tussen de ‘zonde’ (die wel degelijk bestaat!) en de ‘dood’. ‘Want het loon van de zonde is de dood’ (Rom.6:23). God is echter rijk aan genade, en wil ons heel graag onze zonden vergeven, zodat wij aan het oordeel ontkomen. In naam van Christus vragen wij u: laat u met God verzoenen!
Lees 1 Johannes 5:13-21.
Groetjes,
<>< Pieter.

zaterdag 19 februari 2011

Leven uit God.

Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; 1 Johannes hfdst.5 vers 4a
U gelooft dat Jezus de Christus, de van God gegeven Redder is? Dat Hij, de Rechtvaardige, het zoenoffer voor uw zonden geworden is op het kruis? Dan bent u uit God geboren. En door de kracht van deze geboorte zullen er nieuwe dingen in uw leven gebeuren. U zult God liefhebben, de Vernieuwer van uw bestaan, en u zult allen liefhebben die evenals u door het geloof deze nieuwe geboorte hebben ontvangen. Vervolgens zult u de geboden van God doen. Dat is geen onmogelijke opgave, want deze geboden zijn voor de uit God geboren mens niet zwaar. Ten slotte bent u in staat door dit geloof de wereld te overwinnen. ‘Wie de Zoon heeft, heeft het leven’ (vers 12a). In deze tekst is sprake van mensen die leven bezitten; het is hier uitdrukkelijk het leven, het eeuwige leven van God. Daaraan krijgen we alleen deel als we uit God geboren worden. De apostel maakt er geen geheim van hoe een mens wedergeboren kan worden: dit wonder vindt plaats als iemand gelooft in Jezus Christus. Zowel in de hemel als op de aarde heeft God ervan getuigd dat Jezus Zijn Zoon is. Wie dit getuigenis aanneemt, ontvangt het eeuwige leven. Wie dit getuigenis verwerpt, en daarmee God tot een leugenaar maakt, wacht de eeuwige dood. Wat doet u?
Lees 1 Johannes 5:1-12.
Groetjes,
<>< Pieter.

maandag 10 januari 2011

Vader!

Hebt de wereld niet lief, noch wat in de wereld is. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem. 1 Johannes hfdst.2 vers 15.
‘wereld’ is in de bijbel heel vaak in negatieve zin gebruikt. Het duidt dan het systeem aan van immoraliteit en goddeloosheid. De wereld heeft heel wat te bieden, en als gelovigen zijn we niet immuun voor haar verleidingen. Wij kunnen deze wereld, dit immorele goddeloze systeem, echter niet liefhebben, want zij heeft onze Heer en Heiland aan het kruis genageld! Bovendien is alles wat de wereld te bieden heeft slechts tijdelijk, terwijl God ons nu al kan doen genieten van de eeuwige, hemelse zegeningen! Ook lezen we ‘Gij kent de Vader’ in vers 14. Is dat niet geweldig, dat we de Vader mogen kennen? Niet zo maar een vader, maar de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, zoals Paulus aan de Efeziërs schrijft. Hij is door het werk van de Heer Jezus op het kruis van Golgotha onze Vader geworden. Dat is, als we een kind van God zijn. Kan dat, ik mens een kind van God? Vast en zeker, wie de Heer Jezus heeft aangenomen als zijn Heiland en Verlosser, mag zich een kind van God noemen. Dat houdt dus tevens in, dat God zijn Vader is geworden en dat hij Hem zo mag kennen en aanspreken. Doe dat maar!
Lees 1 Johannes 2:12-17.
Groetjes,
<>< Pieter.

donderdag 6 januari 2011

Grondige reiniging

en het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde. 1 Johannes hfdst.1 vers 7b.
Onze gemeenschap met God is heel kostbaar. Die gemeenschap ook kwetsbaar is: het genot ervan wordt verstoord door de zonde, omdat God geen gemeenschap kan hebben met zonde. Als gelovigen mogen we gelukkig weten dat we niet hóéven te zondigen (2:1). Maar als we toch gezondigd hebben, kan de gemeenschap met God hersteld worden. Daartoe moeten wij slechts onze zonden in oprechtheid aan God belijden. Dan zijn we weer volkomen rein van alle ongerechtigheid op grond van het bloed van de Heer Jezus, en kunnen we weer ongestoord van Zijn liefde genieten. ‘God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis’. De gedachte aan een God die licht is, is voor de natuurlijke mens onverdraaglijk. Het is immers het licht, dat alles openbaar maakt. Maar gelovigen die de Zoon als hun leven kennen en deel hebben aan de Goddelijke natuur (2 Petrus 1:4), voelen zich juist thuis in het licht. En als zij in dat licht zien dat er door hen helaas toch dingen zijn gedaan die niet bij dat licht horen, weten zij dat er in zo’n geval maar één remedie is: Jezus Christus, de Rechtvaardige! Hij, die Zelf de verzoening voor hun zonden is, wil hun Voorspraak zijn. Een betere advocaat kunnen ze zich niet wensen!
Lees 1 Johannes 1:5-2:2.
Groetjes,
<>< Pieter.

donderdag 23 december 2010

Geld en leugen, hand in hand

En zie, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding van de eeuw. Mattheüs hfdst.28 vers 20.
In deze wereld waarin geld en leugen een machtige rol spelen, mogen wij toch weten dat onze Heer, die alle macht heeft, met ons is. In de hemel, maar ook op aarde! Met deze zekerheid kunnen we heengaan en onze opdracht vervullen om van de waarheid te getuigen in deze leugen-wereld. Kunnen we dat aan? Ja, maar met de Heer! Hij is immers met Zijn macht en liefde bij ons. Wat een belofte: Ik ben met u! Daar kunnen we het best mee doen. In blijde en in droeve dagen; alle dagen. Ook vandaag dus. De mensen van macht en leugen gaven de soldaten veel geld, en zij zeiden: Zegt…’ Dacht u dat corruptie iets typisch is voor vandaag? Nu, daar wisten ze vroeger net zo over mee te praten en handelen. Hebt u wel eens zo’n domme smoes gehoord: ‘Tijdens mijn slaap merkte ik hoe Zijn discipelen gekomen zijn en Hem hebben weggenomen.’ Je hart moet wel heel hard zijn om zo’n verhaal zonder blikken of blozen te durven vertellen. Een gewaarschuwd soldaat, behorend tot de uitverkoren Romeinse garde, bewaakt een graf met het keizerlijk zegel en dan… Och, we hebben allen geslapen. Wat heeft geld toch veel mensenlevens kapotgemaakt. Maar zelfs het grootste geld kan niet verlossen, geen zilver of goud, zo verzekert Petrus ons, alleen het kostbare bloed van Christus, Gods uitverkoren Lam.
Lees Mattheüs 28:11-20.
Groetjes,
<>< Pieter.

dinsdag 14 december 2010

Spot en lijden

en zij vielen op hun knieen voor Hem en bespotten Hem aldus: Gegroet, koning der Joden! Mattheüs hfdst.27 vers 29b.
Jezus, in totale onschuld, door Pilatus overgegeven om gekruisigd te worden, werd nu het mikpunt van de wrede spot van de Romeinse soldaten. Zij deden Hem een namaak-koningsmantel om en gaven Hem een schijn-scepter in de rechterhand. De spot-kroon die Hij droeg, was gemaakt van doornen, die onder de slagen van de spottende soldaten in Zijn hoofd drongen en Hem pijnlijk verwondden. Toen zij er genoeg van hadden en op weg gingen naar de plaats van de kruisiging, was Jezus Zelf niet meer in staat het kruis te dragen. Hoewel Hij echt de Koning was, wilde Hij lijden en sterven voor allen die in Hem geloven en die nu Zijn volgelingen en onderdanen zijn. Het meest onrechtvaardig lijden komt over onze Heiland. Op een voor ons ongekend wrede geseling volgt een weerzinwekkende bespotting door een grote groep Romeinse soldaten. Hij, de Here der Heren en de Koning der koningen, laat dit alles geduldig toe en draagt dit lijden. Hij geeft alles over aan Hem, die rechtvaardig oordeelt. De scharlaken mantel, de doornenkroon, het riet in Zijn rechterhand, alles ondergaat Hij, zonder dat er een woord van verwijt over Zijn lippen komt. Bewonderen we hier onze Heiland. Hij heeft gehoorzaamheid geleerd uit wat Hij geleden heeft en Hij is voor allen die Hem gehoorzamen de Bron van eeuwig leven geworden.
Lees Mattheüs 27:27-32.
Groetjes,
<>< Pieter.

woensdag 8 december 2010

Geen verdediging.

Jezus stond voor de stadhouder en de stadhouder vroeg Hem: U bent de Koning van de Joden? Jezus zei tegen hem: U zegt het. Mattheüs hfdst.27 vers 11.
De Joden waren onderworpen aan de Romeinse heerschappij, hun vonnis moest bekrachtigd worden door de stadhouder Pilatus. Het bleef een merkwaardig proces. Jezus bevestigde dát Hij de Koning der Joden is, maar verder antwoordde Hij op geen enkele vraag van Pilatus en op geen enkele beschuldiging van de overpriesters en de oudsten. Hun aanklachten overschreeuwden de stem van hun geweten. Jezus bleef zwijgen. De verworpen Koning deed Zijn mond niet open, zoals ‘een lam dat ter slachting geleid wordt’ (Jes. 53:7). Hij ging vrijwillig in de dood, om u en mij van de eeuwige dood te redden. De Joden mochten geen doodvonnis voltrekken. Daarom werd de Heer Jezus voor Pilatus, de Romeinse stadhouder, gebracht. Naar de beschrijving van dit Evangelie is het verhoor maar heel kort. Jezus bevestigt de vraag van Pilatus over Zijn koningschap en zwijgt daarna. We denken aan de woorden van Jesaja: ‘Hij werd mishandeld, maar Hij liet Zich verdrukken en deed Zijn mond niet open; als een lam dat ter slachting geleid wordt, en als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed Hij Zijn mond niet open.’ Christus heeft voor u geleden en u een voorbeeld nagelaten, opdat u in Zijn voetstappen zou treden.
Lees Mattheüs 27:11-18.
Groetjes,
<>< Pieter.

maandag 6 december 2010

Bezweken.

En terstond kraaide de haan. En Petrus herinnerde zich het woord van Jezus, die gezegd had: Voordat de haan kraait, zul je Mij driemaal verloochenen. En hij ging naar buiten en weende bitter. Mattheüs hfdst.26 vers 75.
Het kritieke moment van die avond was aangebroken voor Petrus, een van Jezus’ trouwste volgelingen. Zijn Meester was ter dood veroordeeld. Men had Hem in het gezicht geslagen, bespuwd, bespot. Wou Petrus of kon hij het nog langer aan bij Jezus te horen? Het bleek nu immers een verloren zaak! Petrus, die niet zolang geleden had gezegd dat hij Christus niet zou verloochenen – zelfs al moest hij met Hem sterven – bezweek voor de verzoeking. Hij verloochende zijn Meester, en dat tot driemaal toe. Toen leek alles voor hem ook verloren: hij ging naar buiten en weende bitter. Dit berouw echter liet zijn latere herstel toe als discipel en getuige van de opgestane Heer. Hoe kon Petrus zo diep vallen? Kijken we daartoe eens in het hart van elke mens:
Hoogmoed: bij Petrus: al zouden allen aanstoot aan U nemen, ik nooit.
Zelfoverschatting: bij Petrus: zelfs al moest ik met U sterven, ik zal U voorzeker niet verloochenen.
Geestelijke lauwheid: bij Petrus: niet gewaakt en gebeden om niet in verzoeking te komen.
Drie punten van uiterste waakzaamheid over onszelf dus!
Zijn er nog lichtpuntjes in dit droevige verhaal? Ja, de woorden van de Heer Jezus: ‘Simon, Simon, zie, de satan heeft verlangd ulieden te ziften als de tarwe, maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet zou bezwijken’ (Luk. 22:31). Dit is onze troost: we hebben een biddende Heiland, die ons nooit loslaat.
Lees Mattheüs 26:69-75.
Groetjes,
<>< Pieter.

vrijdag 3 december 2010

Een bijzondere arrestatie.

Hoe zouden dan de Schriften vervuld worden dat het zo moet gebeuren? Mattheüs hfdst.26 vers 54
De gevangenneming van Christus is een aangrijpend onderdeel van de gebeurtenissen die leidden tot Zijn veroordeling en kruisiging. Toch was het beslist niet zo dat Hij al deze voor Hem zo uiterst pijnlijke gebeurtenissen nu maar passief onderging. Nee, Christus ging welbewust de weg van het lijden. Zonder te wankelen richtte Hij Zijn schreden naar Golgotha, om daar de wil van de Vader te volbrengen en voor schuldige zondaars te lijden en te sterven. De Schriften getuigden van de lijdende Knecht des Heeren, en nu was het moment van hun vervulling aangebroken. Het is een bijzondere arrestatie. Dat kan ook niet anders, want het betreft hier de Messias, de Zoon van God. Als we het nog eens rustig nalezen, wordt wel duidelijk waar de macht ligt. Niet bij de Joden, niet bij de Romeinen – die vallen allemaal op de grond, lezen we bij Johannes. De macht ligt bij de Heer Zelf. Hij laat Zich gevangennemen, geneest ondertussen nog een oor, vermaant Petrus en de hele menigte. Alles wat gebeurt, is vervulling van de profetieën. Zelfs de vlucht van de discipelen is voorzegd. De Heer vraagt dan ook niet om hulp van engelen. Hij wil Gods weg gaan. Daarvoor moet Hij alléén zijn.
Lees Mattheüs 26:47-56.
Groetjes,
<>< Pieter.

woensdag 24 november 2010

Rechtvaardige rechtspraak.

En dezen zullen gaan in de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven. Mattheüs hfdst.25 vers 46
Abraham sprak zo: "Zou de Rechter van de ganse aarde geen recht doen?"(Gen.18:25) toen hij bij de Here pleitte voor de rechtvaardigen, dat zijn gelovigen, in Sodom en de andere steden. Kon hij dat zomaar? Ja, want Abraham wist wie de Here is: de rechtvaardige Rechter. Zijn oordelen zijn rechtvaardig, omdat die geheel in overeenstemming zijn met Zijn wezen. Dat lezen we ook hier in het gebeuren met de schapen en de bokken. In Zijn rechtvaardigheid oordeelt Hij over de schapen en de bokken. Hoort u Zijn stem: Komt, gij gezegenden van Mijn Vader! Dat wil Hij ook graag tegen u zeggen, eenmaal u Hem als Heiland en Heer van uw leven hebt aanvaard. We lezen hier ook dat het evangelie is een zeer evenwichtige boodschap. Mensen zijn echter vaak eenzijdig. Wij spreken over behoudenis door geloof alleen en niet door werken. Dat is terecht; het duidelijke getuigenis van Gods Woord is dat een mens nooit door eigen werken gerechtvaardigd kan worden. Geloof en goede werken sluiten elkaar echter niet uit, als we ze maar in de goede volgorde laten staan: wij worden niet behouden omdat wij goede werken gedaan hebben, maar wel opdat wij ze zouden doen! Onze goede werken zijn het bewijs dat wij uit God geboren zijn.
Lees Mattheüs 25:31-46.
Groetjes,
<>< Pieter.

dinsdag 26 oktober 2010

De uitnodiging

Opnieuw zond hij andere slaven uit en zei: Zegt aan de genodigden: Zie, mijn middagmaal heb ik gereedgemaakt, mijn ossen en mijn gemeste beesten zijn geslacht en alles is gereed; komt tot de bruiloft. Mattheüs hfdst.22 vers 4.
Jezus Christus heeft Zijn werk volbracht. Iedere zondaar (ieder mens) kan nu rust vinden aan de voet van het kruis. We verkondigen nog steeds dezelfde uitnodiging, Gods knechten mogen uitgaan met dit genadeaanbod. Nadat de officieel genodigden het aanbod afgeslagen hebben, werd het aan allen aan de kruispunten van de wegen gericht. Van alle kanten komen de gasten naar de bruiloft. Maar helaas is er ook één zonder bruiloftskleren. Er zijn naam-christenen (die zichzelf christen noemen) die Christus niet ‘aangedaan’ hebben. Zij die van harte in Christus’ volbrachte werk geloven en niet alleen een toehoorder te zijn, zijn bekleed met de klederen van de Redding. In deze gelijkenis is ook sprake van mensen die uitgenodigd waren tot de bruiloft, maar die niet wilden komen. Het hier wel in de eerste plaats om de kansen die God in het verleden aan het volk Israël gaf. Toch kunnen we ook een toepassing maken op onze tijd. Nog elke dag wordt het evangelie gepredikt en klinkt dezelfde uitnodiging: Komt tot de bruiloft. En de redenen die de mensen aanvoeren om niet te komen, zijn nog steeds dezelfde: geen interesse, geen tijd, te druk. Maar het feest moet doorgaan. De bruiloftszaal moet vol worden. Wie niet komt, zal geoordeeld worden. Wie wél komt en de kledij der gerechtigheid aanvaardt zal de bruiloft meemaken, en delen in de vreugde van de Koning en van Zijn Zoon.
Lees Mattheüs 22:1-14.
Groetjes,
<>< Pieter.

dinsdag 19 oktober 2010

En wat met het kwaad?

Zacharia 5-6
Het kwaad wordt veroordeeld (5:1-4).
De boekrol was ongeveer 9 meter lang en 4,5 meter breed, dus gemakkelijk te zien en te lezen. God veroordeelde de dieven en de leugenaars (de satan is allebei; Jh8:44). Deze zonden zijn overtredingen van het derde en het achtste gebod, en worden nog steeds veroordeeld door God (Ef4;25-28). Het kwaad wordt opgesloten (5:5-11). In de eindtijd zal er een concentratie van kwaad zijn in Babel, de laatste manifestatie van het goddeloze wereldsysteem (Op17-18). Het Hebreeuwse woord voor kwaad is vrouwelijk, hetgeen verklaart waarom er een vrouw werd gebruikt ter illustratie.
Het kwaad wordt onder controle gebracht (6:1-8).
Het visioen heeft een parallel in Zacharia 1:7-11 en herinnert ons eraan dat Gods dienende engelen toezicht houden over de hele aarde. Juda werd vaak binnengevallen vanuit het noorden, maar God bracht die volken tot rust, zodat het overblijfsel de tempel kon bouwen.
Het kwaad wordt overwonnen (6:9-15).
Drie Joden kwamen uit Babel naar Jeruzalem met goud en zilver voor de tempel, maar God droeg Zacharia op om er een kroon van te maken en die op Jozua’s hoofd te zetten, en hem te maken tot koning-priester! Geen enkele Joodse priester had ooit als koning geregeerd, en geen enkele koning was het toegestaan om dienst te doen als priester (2Kr26:16-21). Dit alles was symbolisch voor de komende Messias, de Koning-Priester (Ps110:4; Hb7:1-3), die vanuit de toekomstige heerlijke tempel (Ez40vv.) zou regeren. Zoals de drie mannen gaven brachten van ver weg, zo zouden de heidenen gaven brengen om de toekomstige tempel te helpen bouwen (Js60:4-7). Terwijl Haggaï de mensen bemoedigde bij hun dagelijks werk, spoorde Zacharia hen aan om ‘in de toekomende tijd’ te leven en te werken, omdat ze deel uitmaakten van Gods schitterende toekomst. ‘Een gelukkige hoop’ is een sterke motivatie voor dienst en trouw (Tt2:11-15).
Uit 'Elk hoofdstuk apart' van Warren W. Wiersbe.

maandag 27 september 2010

Wees geen gedroogde vrucht!

Laten wij de belijdenis van de hoop onwankelbaar vasthouden, want Hij die beloofd heeft, is getrouw, Hebreeën hfdst.10 vers 23.
Wij hopen op alles wat God ons in Christus Jezus heeft beloofd! En dat is niet zo’n klein beetje. De geweldige toekomst van onze Heer Jezus Christus hoort daarbij. Het is niet zo eenvoudig om die hoop vast te houden en altijd te blijven hopen. Hoe kunnen we in alle omstandigheden van ons leven volharden in de hoop? Er is maar één antwoord met grote overtuigingskracht: Hij, die beloofd heeft, is getrouw! Laten wij op elkander acht geven’ (vers 24). Gelovige mensen die de Heer Jezus kennen, hebben elkaars steun en aansporing nodig. Als we ons geloof als enkeling beleven, dan 'drogen we uit'. Daarom hebben we er ook niets aan om elkaar af te breken met kritiek. Dat breken we het huis Gods af. Op elkander acht geven is de juiste boodschap. Waarom? Om elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken. De liefde van de Heer Jezus zocht zichzelf niet. Hij offerde Zich volledig op. Hij is ons voorbeeld. Wij zijn in Christus Jezus geschapen tot goede werken laat God ons in de Efezebrief weten. Dus niet om boze werken te doen tot schade van onze naaste en tot oneer van God. Doet de anderen wat je zelf wil dat ze jou doen.
Lees Hebreeën 10:19-25.
Groetjes,
<>< Pieter.

zondag 5 september 2010

De levende praktijk

maar groeit op in de genade en kennis van onze Heer en Heiland Jezus Christus. 2 Petrus hfdst.3 vers 18a.
Gods Woord waarschuwt ons in dit hoofdstuk voor het gevaar van goddeloze en zedeloze mensen, die de woorden van de Bijbel verdraaien om hun eigen voordeel en zodoende oprechte gelovigen in hun dwaling pogen mee te slepen. Het is de laatste jaren meer dan ooit nodig standvastig te zijn en ons niet te laten beïnvloeden door de verderfelijke praktijken om ons heen. Dat mag echter niet leiden tot een angstig ontvluchten van de werkelijkheid. We moeten veeleer groeien in het kennen van de Heer Jezus. Alleen dan zullen we genoeg onderscheiding hebben en veilig blijven. De apostel Petrus heeft in zijn beide brieven nogal wat waarschuwende woorden laten horen. Dat was ook (en is ook nu) nodig, want hij heeft de christenen willen toerusten voor de eindtijd. Juist voor ons die in die eindtijd leven, is het dus belangrijk zijn Brieven nauwkeurig te bestuderen. Petrus heeft echter niet alleen gewaarschuwd, maar ook vol liefde gewezen op onze Heer en Heiland, Jezus Christus, die in staat is ons vast te houden om niet te wankelen of zelfs te vallen. Enerzijds moeten we op onze hoede zijn voor al het verkeerde dat ook in de christenheid op ons afkomt, anderzijds is het voor ons van levensbelang dat we geestelijk groeien, en steeds meer ervaren, weten en kennen Wie de Heer Jezus in al Zijn genade is.
Lees 2 Petrus 3:10-18.
Groetjes,
<>< Pieter.

zaterdag 4 september 2010

Het ultieme gezag

Hij echter zei tot hen: Hebt u niet gelezen Mattheüs hfdst.12 vers 3a.
In het algemeen gesproken verzuimt men de Bijbel open te slaan om te weten te komen wat God zegt van een bepaalde zaak in Zijn onfeilbaar Woord. Je hoort het zoveel keer: 'Och ja, de bijbel, wat daarin staat telt niet voor dit' Hoe is dat bij ons? We zeggen wel dat Gods Woord gezaghebbend is voor leer en leven, maar als het er op aankomt, hebben we toch wel zo nu en dan een eigen mening, die al of niet gebaseerd is op traditie of ervaring. Het antwoord op de belangrijke, zeg maar belangrijkste, vragen in het leven kunnen we vinden in de Bijbel. Wie het antwoord niet weet, moet lezen wat er staat geschreven! De Farizeeën hadden naast wat God in de wet van Mozes over de sabbat had voorgeschreven, nog een aantal regeltjes bedacht. De sabbat was als feestdag voor God bedoeld en voor en door Hem afgezonderd. Maar de Farizeeën hadden er hun eigen invulling aan gegeven waarmee ze hun eigen gerechtigheid in eigen ogen trachtten te bevestigen. Houden wij soms ook vast aan allerlei onbijbelse uitwendige vormen en ceremoniën? Zijn we ondertussen met onszelf zeer wel tevreden? De Heer Jezus staat boven dit alles, zoals Hij boven de sabbat staat. Nee, geen gerechtigheid door eigen daden, maar enkel door Hem!
Lees Mattheüs 12:1-8.
Groetjes,
<>< Pieter.

zondag 22 augustus 2010

bewerken, vrezen en beven.

bewerkt uw eigen behoudenis met vrees en beven; Filippenzen hfdst.2 vers 12.
Het is duidelijk: de Heer Jezus is in gehoorzaamheid gestorven opdat elke knie zich voor Hem zou buigen. Het is begrijpelijk dat Gods Woord ons nu oproept om Christus’ voorbeeld na te volgen, niet in het volbrengen van het verzoeningswerk op het kruis. Daarin is Jezus uniek en dát werk is gedaan, afgewerkt; eens voor altijd. Maar wij mogen Hem navolgen in het doen van ‘Gods welbehagen’. Het is God die in ons werkt, zowel het willen als het werken, en Hij doet dat om zijn welbehagen. Wat bedoelt de Schrift hiermee? Toch niet dat wij zelf iets moeten doen om werkelijk behouden te worden. Zeker en vast niet, want dat zou betekenen dat het verlossingswerk van de Heer Jezus niet voldoende zou zijn, dus niet volbracht zou zijn. Dan had Hij ook niet op het kruis kunnen uitroepen: ‘Het is volbracht!’ Nee, Paulus schrijft: Als je weet, dat je behouden wordt door het geloof in de Heer Jezus, dan moet je dat in je dagelijks leven uitwerken, zichtbaar en hoorbaar. Je leven van elke dag moet in overeenstemming zijn met je christen-zijn. En daar werk je dus aan. Want het is God die in u werkt, zowel het willen als het werken, om zijn welbehagen.
Lees Filippenzen 2:12-18.
Groetjes,
<>< Pieter.

zaterdag 21 augustus 2010

Jesaja 42

God hielp zijn knecht Jezus Christus (vs.1-13). Mattheüs 12:18-21 is van toepassing op onze Heer in zijn aardse bediening aan mensen in nood. Hij werd uitverkoren door God en kreeg kracht van God, zodat Hij niet ontmoedigd werd en het opgaf. Jezus Christus leefde en diende door het geloof, in het vertrouwen dat zijn Vader in zijn behoeften zou voorzien, en zo moeten wij vandaag ook leven. Zijn kracht staat ons ter beschikking. God hielp zijn knecht Israël (vs.14-25). Zwak als het was keerde het volk terug naar het land na hun jaren van ballingschap. Ze waren geestelijk blind en hardnekkig, maar God leidde hen en werkte ten behoeve van hen. God helpt ook vandaag zijn knechten. Als u tot Gods gezin behoort, staat uw Vader klaar om u te vergeven en u te herstellen. Het lijkt misschien onmogelijk om de draad weer op te pakken, maar de Heer zal voor u werken als u Hem zijn gang laat gaan. Hij kan nieuwe dingen doen (vs.9), u op nieuwe paden leiden (vs.16) en u een nieuw lied geven (vs.10).
Uit 'Elk hoofdstuk apart' van Warren W. Wiersbe.

Groetjes,
<>< Pieter.