Posts tonen met het label Heer Jezus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Heer Jezus. Alle posts tonen

zondag 16 januari 2011

Vrijmoedigheid.

Geliefden, als ons hart ons niet veroordeelt, hebben wij vrijmoedigheid jegens God; 1 Johannes hfdts.3 vers 21.
Onze vrijmoedigheid tot God: het voorrecht dat we zomaar, met grote eerbied, maar met even groot vertrouwen, met onze Vader mogen praten. Onze twijfels, angsten, zorgen, nood, maar ook onze blijdschap, onze lofprijzing en aanbidding kunnen we tot Hem brengen. Het enige wat ons kan hinderen zijn onbeleden zonden, waarvan ons hart ons veroordeelt. Let wel, God kent ons zoveel beter dan wijzelf! Laten we dan maar in Zijn licht komen, en ons volledig door Hem laten ‘scannen’. Als we onze zonden belijden, is alles weg, en dan is de gemeenschap met de Vader weer vlekkeloos! ‘Dit is Zijn gebod: dat wij geloven in de Naam van Zijn Zoon Jezus Christus’ (vers 23). Er worden in het Nieuwe Testament niet veel geboden expliciet gebod genoemd. Enkele slechts, zoals: dat we elkaar moeten liefhebben, of: doet dit tot Mijn gedachtenis. Christenen willen immers alleen leven zoals hun Heer het wil. Dat is geen dwang, maar dat is leven in de vrijheid van Christus. Hoe is dat mogelijk? Het antwoord vinden we in bovenstaande tekst: geloven in de Naam van de Zoon. Niet alleen geloven dat Hij bestaat, dat Hij stierf voor mijn zonden. Nu ook geloven dat Hij mijn Heer is, die het in mijn leven allemaal voor het zeggen heeft.
Lees 1 Johannes 3:11-24.
Groetjes,
<>< Pieter.

vrijdag 14 januari 2011

Over varkens en schapen

Ieder die uit God geboren is, doet de zonde niet, omdat Diens zaad in hem blijft; en hij kan niet zondigen, omdat hij uit God geboren is. 1 Johannes hfdst.3 vers 9.
Het verschil tussen varkens en schapen: varkens zijn dieren die altijd in de modder zitten te wroeten. Zo af en toe spuit de boer ze schoon, maar ze haasten zich terug naar hun modderpoel. Een schaap kan ook wel eens in de modder vallen. Maar als zo’n dier weer schoon is, piekert het er niet over om de modder weer op te zoeken! Zo kun je de echte kinderen van God herkennen, de schapen van Gods kudde. Ze kunnen wel eens in zonde vallen, maar nooit zullen ze er genietend hun levenspraktijk van maken. Het nieuwe leven van de Heer Jezus in hen verdraagt dat niet. ‘Laat niemand u misleiden!’ zegt vers 7. Er zijn mensen- en jawel ook die zich christenen noemen, die zeggen dat het niet zo erg is als je verkeerde dingen doet. Dat hoort nu eenmaal bij het leven. Dat was in de tijd van Johannes ook niet anders. Tegen die gedachte trekt hij met Gods Geest fel van leer. Wie voor de Heer Jezus heeft gekozen, heeft gekozen voor rechtvaardigheid, voor eerlijkheid en oprechtheid. Wie anders handelt, dient de wetteloosheid, doet zonde. Dat is niet in overeenstemming met het christen zijn, want dan ben je uit God geboren. En wie uit God geboren is, gedraagt zich zoals God het wil, heeft God lief boven alles en zijn naaste lief als zichzelf!
Lees 1 Johannes 3:1-10.
Groetjes,
<>< Pieter.

maandag 10 januari 2011

Vader!

Hebt de wereld niet lief, noch wat in de wereld is. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem. 1 Johannes hfdst.2 vers 15.
‘wereld’ is in de bijbel heel vaak in negatieve zin gebruikt. Het duidt dan het systeem aan van immoraliteit en goddeloosheid. De wereld heeft heel wat te bieden, en als gelovigen zijn we niet immuun voor haar verleidingen. Wij kunnen deze wereld, dit immorele goddeloze systeem, echter niet liefhebben, want zij heeft onze Heer en Heiland aan het kruis genageld! Bovendien is alles wat de wereld te bieden heeft slechts tijdelijk, terwijl God ons nu al kan doen genieten van de eeuwige, hemelse zegeningen! Ook lezen we ‘Gij kent de Vader’ in vers 14. Is dat niet geweldig, dat we de Vader mogen kennen? Niet zo maar een vader, maar de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, zoals Paulus aan de Efeziërs schrijft. Hij is door het werk van de Heer Jezus op het kruis van Golgotha onze Vader geworden. Dat is, als we een kind van God zijn. Kan dat, ik mens een kind van God? Vast en zeker, wie de Heer Jezus heeft aangenomen als zijn Heiland en Verlosser, mag zich een kind van God noemen. Dat houdt dus tevens in, dat God zijn Vader is geworden en dat hij Hem zo mag kennen en aanspreken. Doe dat maar!
Lees 1 Johannes 2:12-17.
Groetjes,
<>< Pieter.

vrijdag 3 december 2010

Een bijzondere arrestatie.

Hoe zouden dan de Schriften vervuld worden dat het zo moet gebeuren? Mattheüs hfdst.26 vers 54
De gevangenneming van Christus is een aangrijpend onderdeel van de gebeurtenissen die leidden tot Zijn veroordeling en kruisiging. Toch was het beslist niet zo dat Hij al deze voor Hem zo uiterst pijnlijke gebeurtenissen nu maar passief onderging. Nee, Christus ging welbewust de weg van het lijden. Zonder te wankelen richtte Hij Zijn schreden naar Golgotha, om daar de wil van de Vader te volbrengen en voor schuldige zondaars te lijden en te sterven. De Schriften getuigden van de lijdende Knecht des Heeren, en nu was het moment van hun vervulling aangebroken. Het is een bijzondere arrestatie. Dat kan ook niet anders, want het betreft hier de Messias, de Zoon van God. Als we het nog eens rustig nalezen, wordt wel duidelijk waar de macht ligt. Niet bij de Joden, niet bij de Romeinen – die vallen allemaal op de grond, lezen we bij Johannes. De macht ligt bij de Heer Zelf. Hij laat Zich gevangennemen, geneest ondertussen nog een oor, vermaant Petrus en de hele menigte. Alles wat gebeurt, is vervulling van de profetieën. Zelfs de vlucht van de discipelen is voorzegd. De Heer vraagt dan ook niet om hulp van engelen. Hij wil Gods weg gaan. Daarvoor moet Hij alléén zijn.
Lees Mattheüs 26:47-56.
Groetjes,
<>< Pieter.

zondag 14 november 2010

Waarachtig zijn

Wee u echter, schriftgeleerden en farizeeen, huichelaars, want u sluit het koninkrijk der hemelen voor de mensen; want uzelf gaat niet naar binnen, en hun die willen binnengaan, laat u niet toe binnen te komen. Mattheüs hfdst.23 vers 13.
Het zal je maar gezegd worden, anderen verhinderen om het koninkrijk der hemelen buinnen te gaan! Kunnen wij iets met zo'n uitspraak aanvangen? Ik denk het wel. We dienen ons af te vragen, of wij anderen niet op één of andere manier in de weg staan om ‘binnen te kunnen gaan’. In de weg staan om zich te bekeren, door ons gedrag misschien? In de weg staan om God de eer te geven door onze houding en onze woordenschat? Dat dit van u en mij nooit gezegd mag worden! Geen echte bemoediging denkt u wellicht. Dat is ook te begrijpen. Maar in dit hoofdstuk komt het ‘Wee u’ wel achtmaal voor en het woord huichelaars zevenmaal. Dat is wel iets om over na te denken. Nu moeten wij ook niet denken: Tja, wij zijn toch geen Farizeeën. Want is dat wel zo? De Heer Jezus noemt hen huichelaars, omdat ze wel vroom praten, maar het niet zijn. Dit grote gevaar kunnen ook christenen lopen. Wel vroom praten, maar je gedragen als een ongelovige. Dan kunnen ook de mensen ons terecht een huichelaar noemen. Daarmee schaden wij het getuigenis van onze Heer. Laten we leven naar wat we belijden.
Lees Mattheüs 23:13-22.
Groetjes,
<>< Pieter.

vrijdag 8 oktober 2010

Jezus in ons midden

Want waar twee of drie vergaderd zijn in mijn naam, daar ben Ik in hun midden. Mattheüs hfdst.18 vers 20.
Als kinderen van God zijn we familie van elkaar. Psalm 133 zegt: ‘Ziet hoe goed en hoe liefelijk is het dat broeders ook samenwonen, want de HEERE gebiedt aldaar de zegen [en] het leven tot in der eeuwigheid.’ Een geweldige belofte die alleen van God zelf kan komen! En ja, amen, de aanwezigheid van de Heer Jezus geeft steeds weer opnieuw vreugde en vrede temidden van Gods kinderen. Zijn persoonlijke aanwezigheid is het hoogste. Dit gaat boven alle andere zegeningen uit. En geloof maar gerust dat het voor Hem ook een vreugde is, te zijn te midden van Zijn verlosten. Het is overduidelijk dat de Heer Jezus de ‘mens die honderd schapen had’ als illustratie gebruikt voor het handelen van de Vader, die in de hemelen is. God zocht de mens op, direct na de eerste zonde. ‘Adam, waar ben je?’ klonk het in de Hof van Eden. En van dat moment tot nu toe is Hij daarmee doorgegaan. Ook vandaag dus. God is op zoek naar verloren mensen om hen te verlossen. God is ook op zoek naar verloste mensen die aanbidders geworden zijn. Mensen die in de Gemeente samenkomen om Hem de eer te geven die Hem toekomt. Daarom zegt de Heer Jezus: ‘Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn naam, daar ben Ik in hun midden.’ Is dat niet geweldig?! God wil wonen bij mensen, bij u en mij.
Lees Mattheüs 18:12-20.
Groetjes,
<>< Pieter.

vrijdag 17 september 2010

Zó kostbaar zijn we

Hebt u dit alles verstaan? Zij zeiden tot Hem: Ja. Mattheüs hfdst.13 vers 51.
Lezen wat Jezus zegt is goed, maar het verstaan is het betere. De schat, die Hij gevonden had en die ene zeer kostbare parel die Hij vond hadden zo’n grote waarde voor Hem, dat Hij alles verkocht, van zich wegdeed, wat Hij had om ze te bezitten. De Heer Jezus laat hiermee zien dat wij zoveel waarde voor Hem bezitten dat Hij voor ons al de heerlijkheid van de hemel wilde prijsgeven: Hij wilde mens worden op aarde. Maar de Heer Jezus ging zelfs nog verder. Hij wilde niet alleen alles geven wat Hij bezat, maar Hij wilde Zichzelf geven. Wat een enorme liefde had onze Heiland! De koopman die mooie parels zoekt, is de Heer Jezus Zelf. De kostbare parel die Hij vindt, is Zijn Kerk. Uit de ‘volkerenzee’ wordt zij bijeenvergaderd, of zoals Jakobus zegt: ‘… hoe God in het eerst erop heeft toegezien uit de volken een volk aan te nemen voor zijn naam.’ (Hand. 15:14). Om Zijn Kerk, Zijn Gemeente, te vinden, moest de Heer Jezus uit de hoogste hemelen neerdalen tot in de diepste diepten. Hij moest arm worden, ‘ging heen en verkocht al wat Hij had, en kocht die’. Evenals God in de toekomst van het berouwvolle Israël kan zeggen ‘omdat gij kostbaar zijt in Mijn ogen en hooggeschat en Ik u liefheb’, kan de Heer Jezus Zijn Gemeente een kostbare parel noemen.
Mattheüs 13:44-52

maandag 13 september 2010

de oogst

Laat beide samen opgroeien tot de oogst; en in de oogsttijd zal ik tot de maaiers zeggen: Verzamelt eerst de dolik en bindt het in bossen om het te verbranden, maar brengt de tarwe bijeen in mijn schuur. Mattheüs hfdst.13 vers 30.
Je ziet zo gebeuren wat Jezus vertelt. De vijand komt terwijl de mensen slapen. Dan doet hij zijn vreselijk werk. Waarom mogen de slaven het onkruid nu niet weghalen? Omdat het zoveel op het echtte koren lijkt. De kans op een vergissing is dan veel te groot. Zo ziet het veld van Gods koninkrijk er nu uit: heel wat schijnheiligen, nauwelijks te onderscheiden van de echte heiligen. Maar God kent de werkelijkheid, en eenmaal zal alles aan het licht komen. Wel iets om ernstig over na te denken. Twee eindproducten: het ene is het product van een vijandig mens. Later zal worden uitgelegd dat deze de duivel is. Hij zaait onkruid lijkend op de tarwe, zoals er ook nu zgn. ‘christenen’ zijn die met een schijn van godsvrucht de kracht daarvan verloochenen (2 Tim.3:5). Het andere is het product van de Zoon des mensen, de Heer Jezus. De eindbestemming van de twee producten is verschillend. Het eerste wordt bijeengehaald en in bossen gebonden om verbrand te worden. De poel van vuur is het einde voor wie satan gelooft. Het tweede wordt bijeengebracht in de schuur, de hemel. Het moment van de oogst is dichtbij, Jezus zegt: Zie, Ik kom spoedig! Zijn we klaar om onze God te ontmoeten?
Lees Mattheüs 13:24-30.

zondag 22 augustus 2010

bewerken, vrezen en beven.

bewerkt uw eigen behoudenis met vrees en beven; Filippenzen hfdst.2 vers 12.
Het is duidelijk: de Heer Jezus is in gehoorzaamheid gestorven opdat elke knie zich voor Hem zou buigen. Het is begrijpelijk dat Gods Woord ons nu oproept om Christus’ voorbeeld na te volgen, niet in het volbrengen van het verzoeningswerk op het kruis. Daarin is Jezus uniek en dát werk is gedaan, afgewerkt; eens voor altijd. Maar wij mogen Hem navolgen in het doen van ‘Gods welbehagen’. Het is God die in ons werkt, zowel het willen als het werken, en Hij doet dat om zijn welbehagen. Wat bedoelt de Schrift hiermee? Toch niet dat wij zelf iets moeten doen om werkelijk behouden te worden. Zeker en vast niet, want dat zou betekenen dat het verlossingswerk van de Heer Jezus niet voldoende zou zijn, dus niet volbracht zou zijn. Dan had Hij ook niet op het kruis kunnen uitroepen: ‘Het is volbracht!’ Nee, Paulus schrijft: Als je weet, dat je behouden wordt door het geloof in de Heer Jezus, dan moet je dat in je dagelijks leven uitwerken, zichtbaar en hoorbaar. Je leven van elke dag moet in overeenstemming zijn met je christen-zijn. En daar werk je dus aan. Want het is God die in u werkt, zowel het willen als het werken, om zijn welbehagen.
Lees Filippenzen 2:12-18.
Groetjes,
<>< Pieter.

vrijdag 20 augustus 2010

het vredeskruis

en wie zijn kruis niet opneemt en Mij navolgt, is Mij niet waard. Mattheüs hfdst.10 vers 38.
Wie een volgeling van de Heer Jezus wil zijn zal de gevolgen ervan moeten aanvaarden. De Heer Jezus is door de wereld verworpen, ook nu nog, wees daar maar zeker van. Dat heeft gevolgen voor allen die werkelijk Zijn discipelen willen zijn. Dat betekent lijden en verworpen worden door de wereld, dat is het kruis dat we moeten dragen. Maar daar staat tegenover, dat wie achter Hem gaat, ook Zijn gemeenschap zal ondervinden. En daar gaat niets boven! En wat dan met die vrede? ‘Ik ben niet gekomen om vrede te brengen.’ zei Jezus: nee, voor Israël kon de Heer Jezus toen nog geen vrede brengen. Ze hadden Hem immers verworpen. Ook nu verwerpen zovele mensen Hem. Vrede op aarde is aangereikt, maar nog steeds verworpen. De Vredevorst is ook nog afwezig. Maar Hij zal komen. Zijn vrede zal zijn als een rivier. De onderdanen van het nu nog verborgen koninkrijk van God mogen echter vrede hebben in hun harten. De Heer Jezus geeft Zijn vrede aan ons, zoals Hij alleen die kan geven. Het koninkrijk van God bestaat in vrede door de Heilige Geest, die in de harten van de gelovigen woning heeft gemaakt. Buiten ons mag er dan onvrede zijn, in ons hart heerst de vrede van God door de vrede die er is met God!
Lees Mattheüs 10:34-11:1
Groetjes,
<>< Pieter.

woensdag 18 augustus 2010

Psalm 145

Psalm 145
Mijn mond zal den prijs des HEEREN uit spreken, en alle vlees zal Zijn heiligen Naam loven in der eeuwigheid en altoos. Psaml 145 vers 21.
Die Heer, die God, die ons dag aan dag met Zijn goedheid overlaadt, is het waard geprezen te worden. David ging een stap verder dan God als Schepper eren. David kent Hem immers als de God van het Verbond, de God die Israël uit Egypte had geleid en zo Zijn goedertierenheid op een heel bijzondere manier had getoond. Wat had David veel redenen om God te loven: Gods machtige daden met Israël! En wij dan? Wij kennen niet alleen Gods machtige daden met Zijn aardse volk Israël, wij kunnen terugkijken op die meest overweldigende uiting van Gods liefde: de gave van Zijn Zoon. Natuurlijk wist ook David dat er iets aan het probleem van de zonde moest gebeuren, en dat het God zou zijn die voor de oplossing moest zorgen. Maar hoe precies? ‘Wat in geen mensenhart is opgekomen’ , zelfs ‘waarnaar de profeten hebben gevorst’. Ook ‘in welke dingen engelen begeren een blik te slaan’. Een kostbaarheid, zo groot, dat vrome mensen uit alle tijden geprobeerd hebben die te begrijpen. En wij kennen die schat: de Zoon van God, die stierf voor onze zonden! Wij hebben zelfs nog meer redenen dan David om God te loven: niet alleen kennen wij Hem als onze Schepper, niet alleen kennen wij Hem als onze trouwe God, maar wij kennen Hem door het werk van onze Here Jezus bij een heel bijzondere, nog inniger naam: Abba, Vader. Laten we nooit vergeten Hem ten allen dage te loven en te prijzen.
Groetjes,
<>< Pieter.

zondag 15 augustus 2010

vreugde en vrede, hand in hand

Overigens, broeders, al wat waar, al wat eerzaam,al wat… bedenk dat. Filippenzen hdst.4 vers 8.
Het gaat hier duidelijk om vrede vinden en vreugde hebben. Gods Woord vertelt ons dat als we in onze gedachten bezig zijn met leugens en andere onzuivere dingen, we onszelf daarmee naar beneden trekken en steeds dieper in de problemen raken. Dan is de vrede en de vreugde des Heren steeds weer verder van ons af. Bedenken ‘wat waar is’ betekent ook aan de Heer Jezus denken. ‘Ik ben de Waarheid,’ zei Hij. ‘Een ieder die uit de waarheid is, hoort naar Mijn stem.’ Pilatus vond het nodig Hem te vragen: ‘Wat is waarheid?’. Gelukkig zijn zij die alles wat waarachtig en goed is in Hem gevonden hebben. Paulus heeft in zijn brieven veel medewerkers met naam en toenaam genoemd. Hij wilde niet alle eer voor zichzelf opeisen: hij erkende ten volle de medewerking van anderen. Hier vat hij ze samen onder de algemene noemer van ‘overige medewerkers’. Hun naam is ons onbekend gebleven, maar hij is te lezen in het boek des levens, en dat is het belangrijkste. Misschien bent u zelf ook zo’n ‘overige medewerker’, wiens naam nooit genoemd wordt. Weet dan dat er Iemand is die uw naam geschreven heeft in het boek des levens!
Lees Filippenzen 4:1-9.
Groetjes,
<>< Pieter.

zaterdag 14 augustus 2010

Op de renbaan

terwijl wij zien op Jezus,... Hebreeën hfdst.12 vers 2 aanvang.
Gods Woord gebruikt soms voorbeelden uit de loopsport om ons iets te leren. Eerst moeten wij getraind en in goede conditie aan de start verschijnen. Vervolgens moeten we alles afleggen wat ons bij het lopen zou hinderen. Alle last en alle zonde moeten we dus aan Jezus' voeten neerleggen en aan Hem belijden. En dan de renbaan van het geloof op! De geloofshelden genaamd in het voorgaande hoofdstuk, hebben in het verleden de wedloop al gelopen. Nu zitten zij als het ware op de tribune om ons aan te moedigen. Voor ons uit loopt Jezus, onze ‘Voorloper’. Op Hem moeten we ons oog richten en Zijn voetstappen navolgen. En: volhouden tot de finish! Net zoals het oog van de hardloper heel de wedloop door op de finishlijn gericht is, zo moet ook ons oog heel ons leven door op het einddoel gevestigd zijn. Zo lezen we over Paulus in Fil. 3:14 'maar een ding doe ik: terwijl ik vergeet wat achter is en mij uitstrek naar wat voor is, jaag ik in de richting van het doel naar de prijs van de hemelse roeping van God in Christus Jezus'. Bij die finish, het doel, wacht de Heer Jezus op ons. Hij is ons voorgegaan in Zijn leven op aarde en helpt ons nu ook om het einddoel te bereiken. Ondanks alle moeilijkheden heeft Hij volgehouden ‘om de vreugde die vóór Hem lag’. En nu mogen wij op Hem zien, als ons voorbeeld én als ons einddoel.
Lees Hebreeën 12:1-6.
Groetjes,
<>< Pieter.