Posts tonen met het label gebed. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gebed. Alle posts tonen

dinsdag 16 november 2010

Bidden.

Bidt onophoudelijk. 1Thessalonikers hfdst.5 vers 17.
Eenvoudig duidelijk en toch soms zo moeilijk. Is er een dag in een christen leven waarin we Hem niet nodig hebben? Misschien niet dat u moet bidden dat uw vlucht voor uw vervolgers niet in de winter of op de sabbat valt. Er zijn heel wat grotere en kleinere verdrukkingen in het leven van Gods kinderen. En altijd zal de Heer dan een gebed in het hart van de Zijnen leggen – met de uitdrukkelijke bedoeling om door de verhoring daarvan Zijn nabijheid en Zijn liefde aan ons te laten merken. Dan stijgt de lofprijs op in een hart dat beroerd is door Hem Zelf. De gelovigen in de zwaarste verdrukking die straks aan Christus’ komst voorafgaat, zullen dat ervaren; en voor ons is Hij Dezelfde! ‘Zie, Ik heb het u voorzegd.’ Deze woorden van de Heer Jezus hebben in dit gedeelte van Mattheüs 24 vooral betrekking op de vervolgingen die het volk Israël, en met name de gelovige getrouwen onder dit volk, zullen meemaken. We mogen dit woord van de Heer zelf echter toepassen op alles wat Hij heeft gezegd en voorzegd. De Heer heeft ons in Zijn Woord zoveel beloften gegeven, dat je er stil van wordt als je ze leest. Soms vraag je je af: kan dat allemaal? Vergeving van zonden ontvangen, behouden worden van het oordeel, eeuwig leven ontvangen, een Heer hebben die altijd voor je zorgt; eens met Hem regeren? Ja, dat alles kan! Want Hij heeft het gezegd.
Lees Mattheüs 24:15-28.
Groetjes,
<>< Pieter

vrijdag 13 augustus 2010

In de storm

En Hij zei tot hen: Waarom bent u angstig, kleingelovigen? Mattheüs hfdst.8 vers 26a
In de Bijbel spreekt God over allerlei mensen: ongelovigen en gelovigen, kleingelovigen en grootgelovigen. De discipelen worden hier kleingelovigen genoemd. Er zijn ook twee mensen van wie de Heer Jezus zei dat ze een groot geloof hadden. De eerste was een Romeinse hoofdman. Hij zei tegen de Heer Jezus: ‘Spreek slechts met een woord en mijn knecht zal gezond worden.’ De tweede was een heidense vrouw met een bezeten dochter. Ook zij vertrouwde volkomen op de Here, dat Hij haar zou helpen. ‘Grootgelovigen’ waren deze mensen, omdat zij overtuigd waren van Zijn almacht en genade. De discipelen waren bang en kleingelovig. Een klein bootje en heel grote golven met harde wind. De golven beuken over het schip heen en de Heer Jezus slaapt. Hij merkt het niet eens! De discipelen voelen zich alleen gelaten, ondanks het feit dat Jezus vlakbij hen is. Ook in onze levensstormen lijkt het soms alsof de Heer Jezus het niet opmerkt, en of Hij slaapt. We mogen Hem dan ‘wakker maken’ door gebed. Niet met het verwijt: Here, waar blijft U?! Maar door Hem te vertellen wat ons bezighoudt. Hij luistert, altijd!
Lees Mattheüs 8:23-27.
Groetjes,
<>< Pieter.