JOHANNES 3:16
Alzo - de grootste mate
lief - de grootste toewijding
heeft God - de grootste Persoon
de wereld gehad - de grootste uitgebreidheid
dat Hij - de grootste Gever
Zijn eniggeboren - de grootste exclusiviteit
Zoon - het grootste geschenk
gegeven heeft - de grootste daad
opdat een ieder - de grootste reikwijdte
die in Hem - de grootste Helper
gelooft - de grootste eenvoud
niet verloren ga - de grootste bewaring
maar - de grootste tegenstelling
eeuwig - de grootste tijdsduur
leven - het grootste bezit
hebbe - de grootste zekerheid
Sidney Wilson
Jezus, jou vrede. Jezus is voor iedereen gekomen, zolang Hij niet terugkomt kan je kiezen voor Zijn oplossing voor jou problemen en jou leven. 1 voorwaarde maar: geloof in Hem! Lees hier verhalen en getuigenissen om niet aan voorbij te gaan.
donderdag 28 oktober 2010
dinsdag 26 oktober 2010
De uitnodiging
Opnieuw zond hij andere slaven uit en zei: Zegt aan de genodigden: Zie, mijn middagmaal heb ik gereedgemaakt, mijn ossen en mijn gemeste beesten zijn geslacht en alles is gereed; komt tot de bruiloft. Mattheüs hfdst.22 vers 4.
Jezus Christus heeft Zijn werk volbracht. Iedere zondaar (ieder mens) kan nu rust vinden aan de voet van het kruis. We verkondigen nog steeds dezelfde uitnodiging, Gods knechten mogen uitgaan met dit genadeaanbod. Nadat de officieel genodigden het aanbod afgeslagen hebben, werd het aan allen aan de kruispunten van de wegen gericht. Van alle kanten komen de gasten naar de bruiloft. Maar helaas is er ook één zonder bruiloftskleren. Er zijn naam-christenen (die zichzelf christen noemen) die Christus niet ‘aangedaan’ hebben. Zij die van harte in Christus’ volbrachte werk geloven en niet alleen een toehoorder te zijn, zijn bekleed met de klederen van de Redding. In deze gelijkenis is ook sprake van mensen die uitgenodigd waren tot de bruiloft, maar die niet wilden komen. Het hier wel in de eerste plaats om de kansen die God in het verleden aan het volk Israël gaf. Toch kunnen we ook een toepassing maken op onze tijd. Nog elke dag wordt het evangelie gepredikt en klinkt dezelfde uitnodiging: Komt tot de bruiloft. En de redenen die de mensen aanvoeren om niet te komen, zijn nog steeds dezelfde: geen interesse, geen tijd, te druk. Maar het feest moet doorgaan. De bruiloftszaal moet vol worden. Wie niet komt, zal geoordeeld worden. Wie wél komt en de kledij der gerechtigheid aanvaardt zal de bruiloft meemaken, en delen in de vreugde van de Koning en van Zijn Zoon.
Lees Mattheüs 22:1-14.
Groetjes,
<>< Pieter.
Jezus Christus heeft Zijn werk volbracht. Iedere zondaar (ieder mens) kan nu rust vinden aan de voet van het kruis. We verkondigen nog steeds dezelfde uitnodiging, Gods knechten mogen uitgaan met dit genadeaanbod. Nadat de officieel genodigden het aanbod afgeslagen hebben, werd het aan allen aan de kruispunten van de wegen gericht. Van alle kanten komen de gasten naar de bruiloft. Maar helaas is er ook één zonder bruiloftskleren. Er zijn naam-christenen (die zichzelf christen noemen) die Christus niet ‘aangedaan’ hebben. Zij die van harte in Christus’ volbrachte werk geloven en niet alleen een toehoorder te zijn, zijn bekleed met de klederen van de Redding. In deze gelijkenis is ook sprake van mensen die uitgenodigd waren tot de bruiloft, maar die niet wilden komen. Het hier wel in de eerste plaats om de kansen die God in het verleden aan het volk Israël gaf. Toch kunnen we ook een toepassing maken op onze tijd. Nog elke dag wordt het evangelie gepredikt en klinkt dezelfde uitnodiging: Komt tot de bruiloft. En de redenen die de mensen aanvoeren om niet te komen, zijn nog steeds dezelfde: geen interesse, geen tijd, te druk. Maar het feest moet doorgaan. De bruiloftszaal moet vol worden. Wie niet komt, zal geoordeeld worden. Wie wél komt en de kledij der gerechtigheid aanvaardt zal de bruiloft meemaken, en delen in de vreugde van de Koning en van Zijn Zoon.
Lees Mattheüs 22:1-14.
Groetjes,
<>< Pieter.
Labels:
bruiloft,
Christus,
genodigden,
Jezus,
Jezus Christus,
uitnodiging
maandag 25 oktober 2010
Achteloos verworpen.
Jezus zei tot hen: Hebt u nooit gelezen in de Schriften: ’De steen die de bouwlieden hebben verworpen, die is geworden tot een hoeksteen; van de Heer is dit gebeurd en het is wonderlijk in onze ogen’? Mattheüs hfdst.21 vers 42.
Deze gelijkenis waarin de Heer tot de overpriesters en oudsten spreekt, klinkt hun meer dan bekend. Israël is immers die wijngaard. God had al zo vaak tot hun harten gesproken door de profeten, maar de vrucht was uitgebleven. God zond tenslotte Zijn Zoon en die was nu zelf onder hen. Maar ook Hij zou gedood worden. Israël zou Hem achteloos verwerpen. Hoe triest is dit resultaat van al Gods zorg! In de toekomst zal Hij echter, die nu voor de huisgenoten van God de Hoeksteen is, ook voor de overgebleven gelovigen in Israël de Hoeksteen zijn. De priesters en de Farizeeën begrepen maar al te goed dat de Heer Jezus de gelijkenis van de onrechtvaardige pachters met het oog op hen had uitgesproken. In het boek Jesaja, in hoofdstuk 5, komt de wijngaard immers al voor als een beeld van het volk Israël, waarvan de Heer tevergeefs vrucht verwachtte. Hoeveel profeten waren inmiddels het volk en zijn leiders komen waarschuwen? Zonder resultaat, helaas! Ten slotte zond God Zijn Zoon, van Wie Hij terecht mocht verwachten dat zij Hem zouden ontzien. De Heer Jezus laat hier zien dat Hij er feilloos van op de hoogte was dat men Hem zou doden. Hij zou die door de bouwlieden afgekeurde steen zijn, die door God tot een hoeksteen zou gemaakt worden.
Lees Mattheüs 21:33-46.
Groetjes,
<>< Pieter.
Deze gelijkenis waarin de Heer tot de overpriesters en oudsten spreekt, klinkt hun meer dan bekend. Israël is immers die wijngaard. God had al zo vaak tot hun harten gesproken door de profeten, maar de vrucht was uitgebleven. God zond tenslotte Zijn Zoon en die was nu zelf onder hen. Maar ook Hij zou gedood worden. Israël zou Hem achteloos verwerpen. Hoe triest is dit resultaat van al Gods zorg! In de toekomst zal Hij echter, die nu voor de huisgenoten van God de Hoeksteen is, ook voor de overgebleven gelovigen in Israël de Hoeksteen zijn. De priesters en de Farizeeën begrepen maar al te goed dat de Heer Jezus de gelijkenis van de onrechtvaardige pachters met het oog op hen had uitgesproken. In het boek Jesaja, in hoofdstuk 5, komt de wijngaard immers al voor als een beeld van het volk Israël, waarvan de Heer tevergeefs vrucht verwachtte. Hoeveel profeten waren inmiddels het volk en zijn leiders komen waarschuwen? Zonder resultaat, helaas! Ten slotte zond God Zijn Zoon, van Wie Hij terecht mocht verwachten dat zij Hem zouden ontzien. De Heer Jezus laat hier zien dat Hij er feilloos van op de hoogte was dat men Hem zou doden. Hij zou die door de bouwlieden afgekeurde steen zijn, die door God tot een hoeksteen zou gemaakt worden.
Lees Mattheüs 21:33-46.
Groetjes,
<>< Pieter.
Labels:
achteloos verworpen,
de Hoeksteen,
de wijngaard,
Gods zorg,
Jezus
vrijdag 22 oktober 2010
Meer dan een grote kuis.
En Hij zei tot hen: Er staat geschreven:’ Mijn huis zal een huis van gebed worden genoemd’; u maakt er echter een rovershol van. Mattheüs hfdst.21 vers 13.
De tempel, de plaats waar de Here Zijn naam deed wonen, was nu een handelscentrum voor allerlei kooplieden. De Heer Jezus verdrijft hen die hieraan deel hebben uit de tempel. Dit was de plaats waar God door middel van brand- en slachtoffers geëerd wilde worden. Ook die offers waren op zichzelf niet voldoende. Bij de Heer Jezus gaat het om wat er in het hart leeft. Hij verwacht dat wij zoals Hem alleen het hoogste genoegen vinden in het kennen van God en Zijn Liefde. Geen godsverering voor de uiterlijke vorm, laat staan openlijke ontheiliging van Zijn naam. Als de Heer Jezus Jeruzalem is binnengegaan, gaat Hij eerst en voor alles naar de tempel. Daar toont Hij het gezag dat Hij heeft. Allen die het huis van God tot een plaats van koophandel hadden gemaakt weten onmiddellijk waar ze verder kunnen met hun roverspraktijken. Niemand houdt Hem daarin tegen. Wanneer dat is gebeurd, is er weer ruimte voor de Heer om te werken. De tempel kan weer gebruikt worden als een plaats waar mensen met alles bij Hem terecht kunnen. In een mensenleven kan dat ook zo gaan. Als er in ons leven dingen zijn die niet goed zijn, moeten we die eerst weg doen. Dan is er ruimte voor de Heer om in ons leven dingen te bewerken die anderen tot lofprijzing aan God zullen brengen.
Lees Mattheüs 21:12-17.
Groetjes,
<>< Pieter
De tempel, de plaats waar de Here Zijn naam deed wonen, was nu een handelscentrum voor allerlei kooplieden. De Heer Jezus verdrijft hen die hieraan deel hebben uit de tempel. Dit was de plaats waar God door middel van brand- en slachtoffers geëerd wilde worden. Ook die offers waren op zichzelf niet voldoende. Bij de Heer Jezus gaat het om wat er in het hart leeft. Hij verwacht dat wij zoals Hem alleen het hoogste genoegen vinden in het kennen van God en Zijn Liefde. Geen godsverering voor de uiterlijke vorm, laat staan openlijke ontheiliging van Zijn naam. Als de Heer Jezus Jeruzalem is binnengegaan, gaat Hij eerst en voor alles naar de tempel. Daar toont Hij het gezag dat Hij heeft. Allen die het huis van God tot een plaats van koophandel hadden gemaakt weten onmiddellijk waar ze verder kunnen met hun roverspraktijken. Niemand houdt Hem daarin tegen. Wanneer dat is gebeurd, is er weer ruimte voor de Heer om te werken. De tempel kan weer gebruikt worden als een plaats waar mensen met alles bij Hem terecht kunnen. In een mensenleven kan dat ook zo gaan. Als er in ons leven dingen zijn die niet goed zijn, moeten we die eerst weg doen. Dan is er ruimte voor de Heer om in ons leven dingen te bewerken die anderen tot lofprijzing aan God zullen brengen.
Lees Mattheüs 21:12-17.
Groetjes,
<>< Pieter
donderdag 21 oktober 2010
Ken jij ook die Koning?
De menigten nu die voor Hem uitgingen en zij die volgden, riepen de woorden: Hosanna voor de Zoon van David! Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer! Hosanna in de hoogste hemelen! Mattheüs hfdst.21 vers 9.
Wist dit volk werkelijk wel met Wie ze te doen hadden? Ze dachten hub Koning binnen te halen om uiteindelijk van de Romeinse onderdrukking bevrijd te worden. Ze hadden graag een koning gewild die met openlijk machtsvertoon de Romeinse bezetter zou verdrijven. Maar hadden ze – en dat geldt ook zo voor ons – Hem wel als Koning over hun leven aangenomen en Hem in hun hart toegelaten? Als wij Hem als Koning laten heersen in onze harten kunnen we ons leven in dienst van Hem stellen. De Heer Jezus staat op het punt voor de laatste keer Jeruzalem binnen te trekken. Hij wist wat er daar met Hem zou gebeuren. Toch wil Hij Zichzelf als het ware nog éénmaal aan het volk voorstellen als de Messias. Door op een ezelin de stad binnen te gaan, vervult Hij wat de profeet Zacharia over de Messias had gezegd. Zo kwam Hij als Koning, niet in macht en majesteit, maar zachtmoedig. Van alle kanten wordt Hij toegejuicht. Helaas is het slechts voor een moment. Enkele dagen later zal ditzelfde volk roepen: ‘Weg met Hem.’ Zo gaat dat met de volksgunst. In onze harten moet het helemaal anders zijn.
Lees Mattheüs 21:1-11.
Groetjes,
<>< Pieter.
Wist dit volk werkelijk wel met Wie ze te doen hadden? Ze dachten hub Koning binnen te halen om uiteindelijk van de Romeinse onderdrukking bevrijd te worden. Ze hadden graag een koning gewild die met openlijk machtsvertoon de Romeinse bezetter zou verdrijven. Maar hadden ze – en dat geldt ook zo voor ons – Hem wel als Koning over hun leven aangenomen en Hem in hun hart toegelaten? Als wij Hem als Koning laten heersen in onze harten kunnen we ons leven in dienst van Hem stellen. De Heer Jezus staat op het punt voor de laatste keer Jeruzalem binnen te trekken. Hij wist wat er daar met Hem zou gebeuren. Toch wil Hij Zichzelf als het ware nog éénmaal aan het volk voorstellen als de Messias. Door op een ezelin de stad binnen te gaan, vervult Hij wat de profeet Zacharia over de Messias had gezegd. Zo kwam Hij als Koning, niet in macht en majesteit, maar zachtmoedig. Van alle kanten wordt Hij toegejuicht. Helaas is het slechts voor een moment. Enkele dagen later zal ditzelfde volk roepen: ‘Weg met Hem.’ Zo gaat dat met de volksgunst. In onze harten moet het helemaal anders zijn.
Lees Mattheüs 21:1-11.
Groetjes,
<>< Pieter.
Labels:
Koning en Messias,
Koning Jezus,
Koning van ons hart
dinsdag 19 oktober 2010
En wat met het kwaad?
Zacharia 5-6
Het kwaad wordt veroordeeld (5:1-4).
De boekrol was ongeveer 9 meter lang en 4,5 meter breed, dus gemakkelijk te zien en te lezen. God veroordeelde de dieven en de leugenaars (de satan is allebei; Jh8:44). Deze zonden zijn overtredingen van het derde en het achtste gebod, en worden nog steeds veroordeeld door God (Ef4;25-28). Het kwaad wordt opgesloten (5:5-11). In de eindtijd zal er een concentratie van kwaad zijn in Babel, de laatste manifestatie van het goddeloze wereldsysteem (Op17-18). Het Hebreeuwse woord voor kwaad is vrouwelijk, hetgeen verklaart waarom er een vrouw werd gebruikt ter illustratie.
Het kwaad wordt onder controle gebracht (6:1-8).
Het visioen heeft een parallel in Zacharia 1:7-11 en herinnert ons eraan dat Gods dienende engelen toezicht houden over de hele aarde. Juda werd vaak binnengevallen vanuit het noorden, maar God bracht die volken tot rust, zodat het overblijfsel de tempel kon bouwen.
Het kwaad wordt overwonnen (6:9-15).
Drie Joden kwamen uit Babel naar Jeruzalem met goud en zilver voor de tempel, maar God droeg Zacharia op om er een kroon van te maken en die op Jozua’s hoofd te zetten, en hem te maken tot koning-priester! Geen enkele Joodse priester had ooit als koning geregeerd, en geen enkele koning was het toegestaan om dienst te doen als priester (2Kr26:16-21). Dit alles was symbolisch voor de komende Messias, de Koning-Priester (Ps110:4; Hb7:1-3), die vanuit de toekomstige heerlijke tempel (Ez40vv.) zou regeren. Zoals de drie mannen gaven brachten van ver weg, zo zouden de heidenen gaven brengen om de toekomstige tempel te helpen bouwen (Js60:4-7). Terwijl Haggaï de mensen bemoedigde bij hun dagelijks werk, spoorde Zacharia hen aan om ‘in de toekomende tijd’ te leven en te werken, omdat ze deel uitmaakten van Gods schitterende toekomst. ‘Een gelukkige hoop’ is een sterke motivatie voor dienst en trouw (Tt2:11-15).
Uit 'Elk hoofdstuk apart' van Warren W. Wiersbe.
Het kwaad wordt veroordeeld (5:1-4).
De boekrol was ongeveer 9 meter lang en 4,5 meter breed, dus gemakkelijk te zien en te lezen. God veroordeelde de dieven en de leugenaars (de satan is allebei; Jh8:44). Deze zonden zijn overtredingen van het derde en het achtste gebod, en worden nog steeds veroordeeld door God (Ef4;25-28). Het kwaad wordt opgesloten (5:5-11). In de eindtijd zal er een concentratie van kwaad zijn in Babel, de laatste manifestatie van het goddeloze wereldsysteem (Op17-18). Het Hebreeuwse woord voor kwaad is vrouwelijk, hetgeen verklaart waarom er een vrouw werd gebruikt ter illustratie.
Het kwaad wordt onder controle gebracht (6:1-8).
Het visioen heeft een parallel in Zacharia 1:7-11 en herinnert ons eraan dat Gods dienende engelen toezicht houden over de hele aarde. Juda werd vaak binnengevallen vanuit het noorden, maar God bracht die volken tot rust, zodat het overblijfsel de tempel kon bouwen.
Het kwaad wordt overwonnen (6:9-15).
Drie Joden kwamen uit Babel naar Jeruzalem met goud en zilver voor de tempel, maar God droeg Zacharia op om er een kroon van te maken en die op Jozua’s hoofd te zetten, en hem te maken tot koning-priester! Geen enkele Joodse priester had ooit als koning geregeerd, en geen enkele koning was het toegestaan om dienst te doen als priester (2Kr26:16-21). Dit alles was symbolisch voor de komende Messias, de Koning-Priester (Ps110:4; Hb7:1-3), die vanuit de toekomstige heerlijke tempel (Ez40vv.) zou regeren. Zoals de drie mannen gaven brachten van ver weg, zo zouden de heidenen gaven brengen om de toekomstige tempel te helpen bouwen (Js60:4-7). Terwijl Haggaï de mensen bemoedigde bij hun dagelijks werk, spoorde Zacharia hen aan om ‘in de toekomende tijd’ te leven en te werken, omdat ze deel uitmaakten van Gods schitterende toekomst. ‘Een gelukkige hoop’ is een sterke motivatie voor dienst en trouw (Tt2:11-15).
Uit 'Elk hoofdstuk apart' van Warren W. Wiersbe.
maandag 18 oktober 2010
Geopende ogen
Zij zeiden tot Hem: Heer, dat onze ogen geopend worden. Mattheüs hfdst.20 vers 33.
Beseffen dat je geestelijk blind bent is de eerste stap om de geestelijke ogen geopend te worden. Satan heeft de wereld met blindheid geslagen, zodat het evangelie bedekt is voor hen die verloren gaan (2 Kor. 4:3-4). Er is er maar Eén die van deze blindheid kan genezen: Jezus, Zoon van David. Ga daarom tot Hem, roep Hem aan, want Hij heeft de macht ziende te maken. Hij heeft ‘ogenzalf om uw ogen te zalven opdat u kijken kunt’ (Openb. 3:18). Daarvoor moet u wel eerst naar Hem toe gaan en zoals die twee blinden roepen: ‘Heb medelijden met ons, Here…’ Wanneer er in de nood een beroep op de Here wordt gedaan, dan staat Hij stil. Als je blind bent, ben je er hopeloos aan toe. Als er dan aan je gevraagd wordt wat je graag zou willen, hoef je niet lang na te denken: ziende worden, dat spreekt vanzelf. Zo ging het deze twee blinden. Zo is het met velen gegaan in de loop der tijden. De mens is blind voor de ellendige zondige situatie waarin hij verkeert. Wie zich dat bewust wordt, doet niet tevergeefs een beroep op de Heer Jezus. Zijn ontferming brengt de blinden genezing. Wie zullen ze het eerst gezien hebben? Hém natuurlijk! En daarna ‘volgden zij Hem’.
Lees Mattheüs 20:29-34.
Groetjes,
<>< Pieter.
Beseffen dat je geestelijk blind bent is de eerste stap om de geestelijke ogen geopend te worden. Satan heeft de wereld met blindheid geslagen, zodat het evangelie bedekt is voor hen die verloren gaan (2 Kor. 4:3-4). Er is er maar Eén die van deze blindheid kan genezen: Jezus, Zoon van David. Ga daarom tot Hem, roep Hem aan, want Hij heeft de macht ziende te maken. Hij heeft ‘ogenzalf om uw ogen te zalven opdat u kijken kunt’ (Openb. 3:18). Daarvoor moet u wel eerst naar Hem toe gaan en zoals die twee blinden roepen: ‘Heb medelijden met ons, Here…’ Wanneer er in de nood een beroep op de Here wordt gedaan, dan staat Hij stil. Als je blind bent, ben je er hopeloos aan toe. Als er dan aan je gevraagd wordt wat je graag zou willen, hoef je niet lang na te denken: ziende worden, dat spreekt vanzelf. Zo ging het deze twee blinden. Zo is het met velen gegaan in de loop der tijden. De mens is blind voor de ellendige zondige situatie waarin hij verkeert. Wie zich dat bewust wordt, doet niet tevergeefs een beroep op de Heer Jezus. Zijn ontferming brengt de blinden genezing. Wie zullen ze het eerst gezien hebben? Hém natuurlijk! En daarna ‘volgden zij Hem’.
Lees Mattheüs 20:29-34.
Groetjes,
<>< Pieter.
Labels:
blind,
geopende ogen,
Jezus,
ziende
Abonneren op:
Posts (Atom)